Harry, gewoon Harry (Deel 14) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

Ward krijgt de keycard van de auto in zijn handen geduwd. Hij zal het schots en scheef achtergelaten vehikel later op de dag terugbrengen, en de keycard in de brievenbus droppen.

‘Nu doet hij het weer,’ denkt Harry, wanneer de wijkagent hem een knuffel geeft. Op een vreemde manier voelt het best goed aan. Ze spreken nog af dat Harry hem zal bellen wanneer hij klaar is om zich te herpakken.

“Gewoon bellen. Ward to the rescue!” Ward trekt zijn buik in en zet een hoge borst op wanneer hij dat lachend zegt.

Wankele en manke pasjes brengen Harry terug naar de keuken. En dan naar het medicijnkastje voor een pijnstiller of twee, drie.  Wankel wordt vast. En tegen de tijd dat Harry uit de douche stapt voelt hij zich herboren. Wat dan ook weer geen leven is in zijn toestand.

Harry laat per sms weten dat “door onvoorziene omstandigheden” de poetsvrouw de komende weken niet hoeft langs te komen, maar dat het geld wel op haar rekening overgeschreven zal worden. “Ik laat nog iets weten voor volgende maand. Groetjes, Harry.”

Harry drukt op de shuffle-toets van de zijn I-pod. The Pogues nemen alle twijfel weg: vandaag is heus niet de dag waarop het beter zal gaan.

Harry hoort de keycard van de auto in de brievenbus vallen. Hij stuurt een berichtje naar het nummer dat Ward daarnet achterliet. “Ontzettend bedankt!”

Nu alle plichtplegingen en risico’s van de baan zijn Harry trekt naar de kelder met een klapstoel, kussentje en enkele glazen onder de arm en in de handen. Hij verwacht er wel een tijdje te verblijven.

door naar deel 15

terug naar deel 13

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Harry, gewoon Harry (Deel 12) (willekeurige variant op een parabel)

 

bullet-hole

Harry is ondertussen ook aan een kop koffie toe. Ward nog niet.

Uitermate bedachtzaam, met kleine zijwaartse passen en de rug tegen de muur  baant hij zich een weg doorheen het huis,  pistool strak in de aanslag.

“Clear,” roept hij, telkens nadat hij acrobatisch een deur voorbij rolt.

“Safe!”

Harry, die inmiddels is recht gekrabbeld, houdt hem hoofdschuddend in de gaten.

“Meen je dat nu echt, roep hij nu echt clear tegen zichzelf,” vraagt hij zich luidop af, terwijl hij enkele keren met de wijsvinger tegen de slaap tikt. Ward, die onraad meent te horen, maakt een vervaarlijke duikrol en vuurt een schot af in de richting van de stem die hij achter zich.

Harry is zo verbijsterd dat hij weinig anders kan dan stokstijf blijven staan en hopen op het beste. De kogel mist op een haar na zijn schouder en verdwijnt achter hem door een raam.

“Verdomme, Ward, ‘t is ik. Steek dat pistool weg voor er ongelukken van komen.”

“Gij zelf, verdomme, godverdomme! Wat is hier toch allemaal aan de hand? Zijn de gijzelnemers gevlucht?”

“Er is hier niks aan de hand! Er is hier niemand gevlucht. Er loopt hier wel ergens een halvegare, schietgrage agent rond. Ik weet niet wat hem bezielt heeft, maar hij schoot zopas nog het raam achter mij stuk!”

Het is met tegenzin dat Ward het pistool opbergt in de holster: “En toch klopt hier iets niet!”

“Koffietje?”

“God, ja, waarom niet?”

“Met een geut whisky?”

“Awel, ja, waarom niet!”

De kalmte van daarnet heeft plaats gemaakt voor trillende handen.

“Verdomme, Harry, wat is hier toch aan de hand? Je huis ligt er bij als een varkensstal. Je ziet er uit alsof je werd vertrappeld door een nijlpaard. Ik vond je wagen hier wat verderop: bloed aan het stuur en het portier nog open. ”

“Aja, dat is juist!”

Harry beseft hoe één en ander samengeteld wel wat verwarring kon veroorzaken. Hij verontschuldigt zich, en kijkt schaamtevol naar de grond.

“Ik heb een paar rotte dagen achter de rug, Ward.”

Ward pakt hem vast bij de schouders en zegt iets dat Harry terug aan het huilen brengt.

“Het is niet erg. Ik begrijp het. Kan het helpen als we samen de handen uit de mouwen steken en de boel hier wat opruimen? Laat wat licht binnen. Laat wat frisse lucht binnen. Probeer opnieuw. En weg met die drank.”

Ward graait de fles whisky van de keukentafel, haalt de kurk er af, een giet het goedje in de gootsteen. “Weg ermee!”

“Neen,” schreeuwt Harry uit:”dat is een fles van verschillende duizenden euro’s!”

Ward schrikt zich rot. En draait de fles zo vlug als maar kan terug rechtop. Hij ziet dat enkel de bodem nog goudgeel kleurt.

“In dat geval, sorry,” hij giet het laatste restje in zijn mond: “en gezondheid!”

Harry komt niet meer bij van het lachen.

“Ward, jongen, je bent toch uit speciaal hout gesneden, als ik dat zo mag zeggen.”

“Ik heb je daarnet bijna vermoord, dus je mag dat zo zeggen!”

“En, heb je toevallig zin om hier nog wat dingen stuk te schieten?”

“Ja, eigenlijk wel,” zegt Ward: “ik kan wel wat verstrooiing gebruiken.”

ga naar deel 13

terug naar deel 11