Hurricane Willem (2) english version

You ignore the waving away gesture and stare around helplessly. The headmistress gives you a questionable look. “Still here,” she inqueres.

You ask her where you can find a bed. The answer seems very simple: “Upstairs, room fourteen.” You don’t want to sound like a complete idiot, so you don’t ask which way to go to find it.

Uncertain on your way to the nearest staircase you meet Maria and lots of other saint figures. One more threatening than the other. None of them very welcoming. All of them looking down on you.

Legs thin as matchsticks carry you up. Halfway the staircase you stand still, just to figure out that you have a long way to go still. Up, and is this life. You gather strengt and  carry yourself up up.

Room fourteen is to be found at the end of seemingly endless hallway. Each door is numbered with copper numbers. Each figure polished so that it shines almost like gold. Above each door a cross, with a sad looking Jesus who died for us on the cross.

Finally. A bed. And then a feverish sleep.

You don’t know when exactly, but you wake up in the dark. The room feels strange. Each of your awakening senses screams that you don’t belong there. You lack the strength and the desire to get out of the bed, so you waste slow running time, until you have become adapted to the dark.

Dark contours draw the shape of a wardrobe, a chair and a writing desk. That’s about it. Only later –who could have guessed?- you notice yet another cross and sad looking Jesus above the desk. The room is filled with a damp silence. There is a rectangular box on a small side table in the corner. Curious about what could be in it you get up. You are startled by the closeness of everything in the small room. From your bed to the side table is only three restrained steps. And then you bump your big toe against the table leg. Not that it hurts, the veins in your arms are still swollen from the pain medication, pumped through them until recently .

But ballyhoo resounds terrifyingly through the hallway. Cautiously you backpedal. You lay on the bed and wait. Just long enough to make sure that no one has heard you. Your heart is beating in your throat for the second attempt. Feeling your way around,  you notice that it isn’t a box, but a radio. A radio that charms a smile on your face. You’re not exactly sure why, but an ordinary radio seems to make you very happy. In your dozy head you start painting a picture of how the thing works. On, off, volume, cassette deck, fast forward, rewind,…

You hope that you have in right, you put the volume on zero and with a gentle touch you push the on button. You got it right. The radio stays muted. From behind the  tuning scale a soft orange glow falls on your hands. It fills the room. And then you do something that you will look back on from time to time, later life. How was it possible, you will ask yourself, that you forgot everything, except that.

You turn the button on the side of the radio. And you know exactly where the tuning needle is headed for. You even whisper it as you turn and turn: “Radio Hurricane. 104.7”

With the accuracy of a watchmaker and one ear close to the radio you adjust the volume. Only slightly, just so you can hear everything.

And there it is. A familiar voice.

“Children, close your ears for just a moment. Because this is our  ‘porn slow ballad’ for this  week. I give you Gemini with L’Amour Interdit.”

Right until his very last broadcast D.J. Hurricane would do that on a weekly basis: ask the children to close their ears for a moment . What followed was often French, sultry, sticky sweet and overdosed with moans and sighs.

The porn slow ballad: a genre in itself. And, according to Hurricane Willem, fiercely underestimated.

What follows in the room is not sticky sweet. Unnoticed  a ghostly presence steps into the room. And it uses half of the room to launch itself. Just to make sure that this will be a moment that will linger on for a long time to come.

Smack

Fortunately you’re prepped to withstand quite some pain. And you succeed barely an not very stylish to make a safe landing with the radio like a baby in your arms, after being catapulted over the side table.

“Here at Child’s Joy we ask if we can turn the radio on. Take note of that!”

Next he firmly grabs one of my ears.

“Do you understand?”

“Yeeess, auch….” It appears that there are limits after all to the powers of pain medication.

‘Yes, Who?”

“Yes, I Don’t Know Who You Are.”

“And how do you address someone you don’t know?”

“I don’t know.”

“I don’t know who, Sir!”

“You just earned yourself your first week of confinement to your room.’

The ghostly presence disappears. And faintly in a corner in of the room you hear the Hurricane announcing the next song: “Dear listeners this one is especially for all of you. Ian Dury & The Blockheads met  Reasons to be Cheerful part 3.”

press here for part 3

 

Advertisements

Hurricane Willem (2)

Je negeert het wegwuifgebaar en staart hulpeloos rond.  De directrice kijkt bedenkelijk. “Awel, wat sta jij hier nog te lanterfanten,”  vraagt ze.

Je vraagt waar je ergens een bed kan vinden.  Het antwoord lijkt heel erg simpel: “Boven, kamer veertien!” Je wil niet al te dom overkomen, dus je vraagt niet waar je de weg naar boven vindt.

Onzeker onderweg  naar dichtstbijzijnde trap ontmoet je veel Maria- en andere heiligenbeelden.  Het ene  al dreigender dan het andere. Op geen enkel ogenblik ogen ze verwelkomend. En stuk voor stuk kijken ze vanuit de hoogte op je neer.

Benen zo dun als luciferstokjes helpen je naar boven. Halverwege de trap hou je even halt en je bedenkt dat er nog een flink stuk  af te leggen valt. Naar boven en in dit leven. Je bundelt je krachten en draagt jezelf verder.

Kamer veertien ligt op het eind van een schier eindeloze gang.  Elke deur is genummerd met cijfers van opgeblonken koper. Ze lijken wel van goud. Boven elke deur hangt een kruis, met daaraan een triest ogende Jezus die voor ons aan het kruis gestorven is.

Eindelijk. Een bed. En dan een koortsige slaap.

Wanneer precies weet je niet, maar je wordt wakker in het donker. De kamer voelt vreemd aan. Elk van je ontwakende zintuigen schreeuwt uit dat je er niet thuishoort. Het ontbreekt je aan kracht en goesting om op te staan en je verdoet trage tijd tot je ogen zich aangepast hebben aan het donker.

Donkere contouren tekenen de lijnen van een kast, een stoel en een schrijftafel. Dat is het zowat. Pas later zie je -wie had dat kunnen raden?- dat er ook nog een triestig kruisbeeld boven de schrijftafel hangt. De kamer is gevuld met een klamme stilte. Op een bijzettafeltje in de hoek van je kamer staat een rechthoekige doos.  Nieuwsgierig naar de inhoud sta je op. Je schrikt ervan hoe dicht alles bij elkaar staat in het kamertje. Van het bed naar de bijzettafel is slechts drie ingehouden passen. En dan nog stoot je dikke teen tegen het tafeltje aan. Niet dat het pijn doet, de aders in je armen staan nog gezwollen van de pijnmedicatie die er eerder werd doorgepompt. Je kan best tegen een stootje.

Maar je maakt een kabaal dat angstaanjagende door de gang gonst. Behoedzaam keer je op je stappen terug.  Je gaat op het bed liggen, en wacht net lang genoeg tot je min of meer zeker bent dat niemand je gehoord heeft. Je hart bonst in je keel voor een  tweede poging. Op de tast merk je  dat de doos geen doos is, maar een radio die een glimlach op je snoet tovert. Waarom weet je niet precies, maar een ordinaire radio schijnt je ontzettend blij te maken. Geconcentreerd en opgelaten glijden je handen over de radio. En je tekent in je slaapdronken kop een beeld van hoe het ding werkt. Aan, uit, volume, cassettedeck, vooruit, terugspoelen….

Je hoopt dat je het allemaal goed hebt, zet het volume op nul en geeft een ingetogen duw op de aan-knop.

Het blijft stil in de kamer en het licht van de zenderschaal vult het kamertje en je handen met een prachtige zacht oranje gloed  . En dan doe je iets dat zelfs jaren later zo van tijd tot tijd nog eens door je hoofd zal flitsen. Hoe het mogelijk was, vraag je je dan af, dat je alles vergat, behalve dat.

Je draait aan de knop die aan de zijkant van de radio de staat. En je weet al te goed waar de frequentiewijzer naartoe gaat. Je vezelt het binnensmonds terwijl je draait en draait: ‘Radio Hurricane. 104.7”

Met de nauwkeurigheid van een chirurg en één oor heel dicht bij de radio stel je de volumeknop zo af dat je alles net kan horen.

Een vertrouwde stem.

“Kindekens, stop nu even jullie oren dicht, want hier komt de pornoslow van de week! Hier is  Gemini met L’Amour Interdit ’

Tot zijn allerlaatste uitzending zou D.J. Hurricane Willem het wekelijks doen: de kindekens vragen om de oren dicht te stoppen.  Wat volgde was veelal Frans, zwoel, zeemzoet en kwistig voorzien van het gehijg en gekreun.  De pornoslow: een genre apart. Volgens Hurricane Willem zwaar onderschat.

Wat dan volgt is minder poëtisch. Ongemerkt is er een schim naast je komen te staan. En die schim gebruikt haast de helft van de kamer om uit te halen en er zich van te vergewissen dat dit een moment wordt dat nog lang zal nazinderen.

Klets.

Gelukkig kan je tegen een stootje. En je slaagt er net in om samen met de radio in je armen een veilige landing te maken na een weinig stijlvolle duikvlucht over het bijzet tafeltje.

“Hier in Huize Kindervreugd vragen we of de radio aan mag. Knoop dat goed in je oren!”

Hij kiest zijn woorden blijkbaar nauwgezet, want vervolgens grijpt hij een van je oren stevig vast.

“Heb je dat begrepen?”

“Jaaa, aauw.” Je bent dan toch niet zo pijnvrij als je dacht.

“Ja, wie?”

“Ja, Ik weet niet wie je bent!”

“En wat zeg je tegen iemand die je niet kent?”

“Ik weet niet!”

“Ik weet niet, meneer! En nu in je bed! Je hebt net je eerste week kamerarrest verdiend! Nietsnut!”

De schim verdwijnt. En heel stilletjes in de verte hoor je de Hurricane al het volgende nummer aankondigen: “Beste luisteraars, heel speciaal voor jullie  Ian Dury & The Blockheads met  Reasons to be Cheerful part 3.”

druk op onderstaande link voor deel 3:

Hurricane Willem (3)

huproof-copy