Harry, gewoon Harry (Deel 11) (willekeurige variant op een parabel)

 

 

barista

“Ja, slet gij!”

Mario, de barista, geeft met een korte knik te kennen dat hij weet wat hem te doen staan. Kaastaart brengen. En zo heeft Francine even de tijd om enige interesse te tonen in de avonturen van Hélène. Tegelijkertijd houdt ze Mario argwanend in de gaten, zodat ze kan ingrijpen als hij dreigt te vergeten.

“Explain yourself, woman. Je deed wat nu?”

Hélène leunt achterover en opent een knopje van haar blouse, want ze krijgt het er warm van. “Ik heb me voorgedaan als koopster, en ben naar het huis van de weduwnaar gaan kijken.”

“Aha, daar is de taart. Eindelijk!” Francine haakt, af en werp zich met bolle kaakjes op de kaastaart. De andere twee vriendinnen hebben wel nog oor naar de avonturen van Hélène.

“En, en, en?”

“Hij is zo knap. Er zijn geen woorden voor.”

“Ja, ja, knap in de portemonnee,” stelt Martine vast. An treedt haar bij. Francine kan niet meer volgen, wegens gewillig ten prooi aan de taart: “Hemels!”

“Neen, gewoon echt knap,” verdedigt Hélène zich: “En inderdaad hemels ook, mysterieus, diep, getekend, anders dan die eeuwige klaplopers die ik eerder had,” ze zoekt verder naar woorden:” Stijlvol, zelfs gewoon in kamerjas.”

“Hola, was het al van dat?”

“Amaai, Hélène, je laat er ook geen gras over groeien. Goed zo, meisje!”

Hélène wuift de aantijgingen weg: “Neen, hoor, zo ging het niet. Hij deed open in kamerjas. Maar toegegeven, hij had best iets mogen proberen. Hij maakte me meteen boterzacht.”

“En nu?”

“Tja, nu niks. Wat kan ik zeggen? Dat ik daar onder een vals voorwendsel was?”

“Bel hem!”

“Ik durf niet.”

“Maar bijna alle goeie romances starten met leugens en valse beloftes!”

klik hier voor deel 12

terug naar deel 10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 10) (willekeurige variant op een parabel)

taart

“Slet gij!”

Zij zegt dat niet tegen de barista, want die krijgt in dit vrouwenbastion ook nogal wat naar zijn hoofd geslingerd. Vaak varianten op lekker ding en slet. Het kost hem heel wat moeite om er aan te wennen. En het liefst van al zou hij alle dames er op willen wijzen dat het ongepast is om hem als een lustobject te bejegenen, maar hij heeft een bar te runnen en een peperdure toonbank af te betalen. Dus laat hij het meestal blauwblauw. Een enkele keer bedankt hij zelfs voor het dubieuze compliment, want dat zorgt voor extra fooien in het porseleinen spaarvarken naast de kassa. Hij heeft dat spaarvarken echt nodig om de eindjes aan elkaar te knopen.

Doorgaans grijpt hij pas in als de dames al te vrijpostig zijn en er mee dreigen om bepaalde van zijn onderdelen in hun mond of andere openingen te steken.

Vorige week nog had mevrouw Vindevogel het te bont gemaakt.

“Hola, wacht eens eventjes, mevrouw Vindevogel,” had hij haar terechtgewezen: “#metoo is ook for you!”

Mevrouw Vindevogel draaide een keer ongeïnteresseerd met de ogen en stak een extra bankbiljet in het spaarvarken. Vervolgens richtte ze het woord tot een andere dame naast haar: “Hou me alsjeblief tegen, want ik ga hem zooooo doen.”

Iets wat de andere dame wel een strak plan vond: “Zwijg, #ikeerst, zunne.”

Maar dat terzijde. Want zij zegt het dus niet tegen hem. Zij zegt slet tegen Hélène.

Hélène is de dame die op zaterdag het huis van Harry was gaan bekijken. En zij dat is Martine, haar vriendin.

Aan het tafeltje zitten ook nog An en Francine.

“Ja, slet, zeg dat wel,” zegt An. En ze vraagt zich luidop af of Hélène Mr. Grey-achtige dingen in gedachten heeft.

“Mmmm, zalig.” Francine heeft alleen oog voor de kaastaart. Ze steekt haar vinger in de lucht, zodat Mario weet dat hij nog een stuk moet brengen.

Hélène, An, Francine en Martine zaten vroeger in dezelfde klas. Samen hebben ze 151 jaren op de teller. Maar geen van hen weet nog of ze ooit hun draai gaan vinden. Alleen Francine heeft nog een man. Maar liefst van al zou ze hem op de laatste donderdag van het kwartaal bij het grof vuil zetten. Opgeruimd staat netjes. Hélène en Martine dragen hetzelfde kruis. Ze werden gedumpt voor jonge, onnozele en gewillige versies van zichzelf. An, tenslotte, vond er nooit één. Soms zou ze wel willen, maar ze weet door haar vriendinnen dat zo een vent in huis hoegenaamd geen garantie op geluk is. Ze omschrijft zichzelf het liefst als zoekend, maar niet actief.

 

terug naar deel 9