Harry, gewoon Harry (Deel 20) (willekeurige variant op een parabel)

vuilzakken

Als Ward er in vliegt dan vliegt hij er in en vliegen de brokken er af. In een mum van tijd heeft hij een tiental vuilzakken gevuld, maar aan de staat van het huis lees je het niet af. Het lijkt nog steeds alsof er een bom ontploft is.

Diep in zijn broekzak trilt de telefoon. Het is Thomas die de commissaris op speaker zet, want hij wil iets zeggen. Dat het hem spijt, en dat hij misschien wel een beetje te voortvarend was geweest. Een commissaris draagt per slot van rekening veel verantwoordelijkheid ook.

Er verschijnt een glimlach op het gelaat van Ward. Zo’n telefoontje geeft de hem moed. Zeker wanneer de, commissaris ook vraagt of hij Ward nog met iets van dienst kan zijn.

“Wel, nu je het vraagt,” overschouwt Ward het slagveld: “een extra dag verlof morgen zou me niet slecht uitkomen. Kan dat?”

“Natuurlijk kan dat!”

“Ok, noteer dat dan maar op mijn verlofkaart.”

Voor hij zijn mobieltje terug  opbergt stuurt Ward nog een sms naar Thomas: ‘Merciekes!’

Ward gaat weer aan de slag. In de kelder komt hij de iPod van Harry tegen. Hij legt deze boven in het docking station en als vanzelf vult muziek de kamer. Rita Pavone zegt verwonderd gedag tegen de luchthaven van Orly en een taxi die haar per ongeluk Parijs zal binnen rijden : Bonjour, la France.’

Het slingert Ward terug in de tijd, naar de jaren stillekes, in de Peugout 504 van zijn vader met daarachter een al aftandse, hobbelende caravan met bloemetjesgordijnen en bloemetjeskussens. Vooraan zitten zijn ouders, naast hem broer en zus. Allemaal zingen ze luidkeels Bonjour, la France  als de rij wachtende wagens aan grenspost in zicht komt.

“Niks aan te geven,” vraagt een man met een pet.

Neen, alleen die drie snotneuzen achterin.”

Pa, stop!”

Ward ergerde zich destijds blauw aan de flauwe grapjes van paps. Nu zou hij alles geven om nog één keer op de achterbank van die beige Peugeot te kunnen zitten.

Ward droomt weg in de tijd, omgeven door de geur van zeep en zonnebrandolie en regen op het einde van een warme dag. De geur van boterhammen , tomaat en omelet in cellofaan op de hoedenplank.

Bedompte ruiten, om namen in te schrijven. Toen hij klein was krakkemikkig zijn eigen naam. Later -14 was hij dan- kunstig en vergezeld van een hartje Elise, de Franse schone aan wie hij zijn hart verloor. Zij hield ook ontzettend veel van hem had ze geschreven in een brief.

ga door naar deel 21

klik hier voor deel 19

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 19) (willekeurige variant op een parabel)

proper

 

Ward beklaagt zich zijn hulpvaardige ingesteldheid al snel. Hij overschouwt het slagveld dat het huis van Harry geworden is, en weet niet goed waar te beginnen. Vanonder naar boven, of andersom.

Het wordt andersom. Ward begint boven. Veegborstel, blik, stofzuiger, emmer, spons en een rol vuilzakken in de aanslag. In elke kamer lijkt een bom ontploft. En er zijn zo veel kamers dat er geen einde aan lijkt te komen, alsof M.C. Escher het huis bij elkaar tekende.

Geen wonder dat de arme man hier gek werd,’ denkt Ward bij zichzelf, terwijl hij scherven bij elkaar blijft vegen. Bij de scherven horen kaders en foto’s van mildere dagen.

Ward verzamelt ze in de gang en zal ze later gewikkeld in plastic binnen dragen bij Deras, kaders en inlijstingen. George Deras zal kromgebogen over de toonbank en met bril laag op de neus wijzen naar het bord in de etalage.

UITVERKOOP!

“Sorry, jongeman, ik ben uitgelijst! Of opgelijst zo U wil. Geen nieuwe klanten meer. Ik heb het gehad met kaders, lijsten en voorstellingen van vals geluk. Liefst van al stop ik er vandaag al mee, maar vrouwlief heeft nooit genoeg en wil werkelijk alles nog ten gelde maken, en aldus heb ik open te blijven tot het hier leeg is. “

Ward zal daar dan antwoorden dat het voor een bestaande klant is.

“Kijk , er hangt een sticker van je zaak op de achterkant van elk frame.”

De kaderman zal dan ongeinteresseerd de bril hoger op de neus duwen, en een blik werpen op de stapel.  Vloekend zal hij het hoofd schudden en achteruit deinzen.

“Godverdomme, godverdomme, ik heb hem verwittigd. Laat de stapel maar hier. Deze keer steek ik er plexiglas in! “

En om te tonen dat hij het nog meent ook  zal hij in koeien van letters PLEXI!!!op de bestelbon schrijven: ‘Dat is elke keer hetzelfde. Rond deze tijd van het jaar slaat hij zijn kaders in puin, om ze hier vervolgens met hangende pootjes en karrevracht verontschuldigingen te laten herstellen. Heeft hij jou gestuurd omdat hij zijn kop niet meer durft laten zien?”

Ward zal dan besluiten dat het best ingewikkeld is om een antwoord op die vraag te verzinnen.

“Plexiglas is prima.”

En nog voor Ward de uitgang heeft gevonden zal de kaderman het nieuws willen delen met zijn vrouw. Hij zal zijn hoofd in het deurgat steken dat uitgeeft op de trap naar boven en roepen: “Marjet, Harry heeft gewoon weer een crisis gehad!”

“Wie?”

“Harry. Met zijn dood kind en zijn dode vrouw!”

“Ah, Harry. Reken dan maar goed door. Hij kan er tegen.  En doe plexiglas, want we sluiten!”

“Mijn oor! We sluiten al drie jaar, maar madame wil eerst alle brol verkopen. Binnen tien jaar zijn we nog bezig. Kreng!”

“Wat?”

“Niks. ‘t Is al goed!”

Maar daar zijn we nog lang niet. Ward is nog vlijtig orde aan het scheppen in de ravage. En het schiet niet op. Het schiet gewoon niet op.

‘Waar ben ik in godsnaam aan begonnen?’

Klik hier voor deel 18