Genieten van de Classics 1000 (tot vrijdag toch)

radio 1 Classics 1000

Bekijk hier de lijst. Ik zat er toch een paar keer naast.

We weten inmiddels hoe het gaat. Zaterdag al moeten we een week muzikale hemel bekopen met de een soortement van decibel-hel. Als vanouds zal de top 100 saai en bijzonder voorspelbaar zijn. Er enkel op gericht om de verkoop van de cd het allerbeste uit de classics 1000 kracht bij te zetten, onder het mom van democratie en betrokkenheid.

En je hoort me zeker niet zeggen dat die top 100 boordevol slechte muziek zit. Verre van. Maar de hemeltergende voorspelbaarheid maakt me gewoon hoorndol. Natuurlijk eindigt Stairway Heaven ook dit jaar op 1. Heroes zakt, onterecht, naar plaats 6 of 7, wegens dat de  veelzijdige schepper ervan inmiddels alweer even dood is. Bruce Springsteen duikt met sjofel ruitjeshemd terug in de top 5.

Maar zie, ik zoek nu spijkers op laag water. En ik ga hier schaamteloos en lomp voorbij aan het feest dat de classics 1000 tot vrijdag zal zijn. Een ronduit zalige eclectische notenorgie. Prachtig verpakte radio die haast ongrijpbaar alle mogelijke richtingen uitgaat. Radio die verbaast, verrast en tot reflectie beweegt.

Hoe belandt iemand als Melanie De Biasio in godsnaam op 809 in de ‘Classics’ 1000?

Rug aan rug met het onvolprezen Beep Beep Love nog wel. Is 2018 het jaar waarin we het dan eindelijk eens raken over het feit dat Gruppo Sportivo zo veel meer was dan enkel hofleverancier van oranje niemendalletjes?

Grandmaster Flash And The Furious Five komen langs.  Ze zakken van 746 naar 801, terwijl ze altijd minstens op 46 moeten eindigen. En het mag me dan wel triestig maken dat Elliott Smith ietwat beduusd staat te  wezen op 998. Maar misschien is dat wel de stek die bij hem past. Al dacht ik dat vorig jaar ook toen hij op 666 stond. Treffend, dacht ik toen.

Wat er ook van is: hij is er nog net bij en de klim naar de top kan beginnen, want ook Between The Bars moet altijd in de top 100 staan.

Om maar te zeggen, de Classics 1000 is tot vrijdag een feest. Echt wel.

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 7) (willekeurige variant op een parabel)

whisky-2619215__480

In deze toestand is Harry gewoon een vogel voor de kat. Hij weet dat en verzet zich daar niet tegen. Toegeven is beter. En de stukken van zichzelf raapt hij later wel een keer bij elkaar. Wakker zijn en slapen gaan naadloos in elkaar over. Dag genadeloos in nacht. De uren doen er niet meer toe.

Dingdong.  Dingdong. Dingdong.

Harry schrikt wakker op de grond naast het bed. Een halfvolle whiskyfles naast hem als metgezel. Het glas is zoek. Harry herinnert zich zoiets. Uren eerder was hij het glas ergens kwijtgespeeld. Hij zocht, maar kwam niet te weten waar hij het precies had gelaten.  Hij besloot dan maar om zich rechtstreeks van de fles pletter te drinken drinken.

Harry  voelt zich geradbraakt en zelfs ademen doet zeer aan zijn kop. Zijn schedelpan slaat open en toe. Languit schijnboksen dat lukt wel nog. Links, links. links, rechts. “Kom op, laffe hond,” maant hij God tot actie aan. Zijn laatste linkse heeft meer weg van een wegwerpgebaar: “Pfff, je durft niet.”

Dingdong. Dingdong. Dingdong.

Harry meende daarnet al iets te horen. Maar nu sijpelt de deurbel langzaam binnen. Moeizaam en met een beetje hulp van de bedrand krabbelt hij recht.

Dingdong. Dingdong. Dingdong.

‘Niet te geloven dat het al woensdag is,’ denkt Harry bij zichzelf: ‘gisteren was het nog maandag.’ Hij bedenkt een smoes om Agnieszka, de poetsvrouw, wandelen te sturen, terwijl hij naar een raam waggelt.

De zon zeurt nijdig aan zijn kop. Hij wendt zijn blik af om zonlicht te mijden en om zijn gedeukte kop te verstoppen.

“Agnieszka, ik ben een beetje ziek. Je hoeft vandaag niet te poetsen. Volgende week ook niet. Maar ik maak het geld zeker over op….”

“Harry, ‘t is Ward.”

Harry buigt zich over de vensterbank. En inderdaad het is Ward, wijkagent sinds jaar en dag  en immer goedlachs, zelve die daar beneden staat te blinken. Hij ziet de gezwollen aanblik, en jaren van paraatheid en training werpen meteen hun vruchten af.

Zelfzeker legt Ward een hand op zijn holster, en behoedzaam zet hij een stap achteruit om de situatie in te schatten en zicht te krijgen op de ernst van deze onverkwikkelijke zaak. Ongetwijfeld een gijzeling.

“Harry, knipper met je ogen als je in gevaar bent! We zijn er voor jou.”

“Ik krijg mijn ogen niet toe en jij bent hier helemaal alleen, want ik zie je fiets tegen de haag staan,” werpt Harry terug naar Ward, die zich inmiddels met zijn schietijzer in de aanslag achter een buxushaag verschanst heeft.

“Maar geen nood. Er is geen gevaar. Berg dat ding alsjeblief op. Straks vallen er nog gewonden. Ik kom naar beneden.”

klik hier voor deel 8

terug naar deel 6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 6) (willekeurige variant op een parabel)

oprijlaan

Het eerste daglicht wurmt zich gretig door spleten en kieren. Harry slaat zijn armen rondom zijn hoofd. Maar alleen op een bed voor twee er is geen ontsnappen aan de dag.

Harry krijgt zijn ogen niet volledig open en ook niet volledig dicht. Onscherp start hij de rituelen van de ochtend: koffie en een boterham. Muziek in de goede volgorde schudden lukt ook al niet niet vandaag.

Happy Hour: te vrolijk.

Nine While Nine: te vrolijk.

A Hundred Years: te lichtvoetig voor de dag.

Harry weet dat het weer zo’n dag wordt en legt de i-pod opzij. Ongewassen. In kamerjas. Rolluiken dicht. En hopen dat de volgende minuut sneller gaat dan de vorige. En hij weet al te goed dat Samia het zou haten dat hij zo doet. Aan haar sterfbed had hij nog stellig beloofd om sterk te zijn en er hier nog iets van te maken. Samia drukte hem op het hart dat hij zelfs iemand anders mocht vinden: “Aan die uitgemergelde borsten van mij heb je de laatste tijd niet veel gehad, schat!” Tot haar laatste ogenblik was Samia ontzettend sterkt.

Geen haar op zijn hoofd sindsdien al eens aan een ander dacht. Ook al is het monster van de eenzaamheid is vaak sterker dan hij ooit had verwacht. Het liefst zou hij sterk zijn en de man zijn die hij vroeger was, maar daar komt hij vandaag niet toe. Alleen loslaten past nog bij het lege huis en de lange dag.

Hij gooit het met zichzelf op een akkoordje, terwijl hij loslaat: morgen herpakt hij zich. Harry pinkt een traan weg. Hij weet dat het een leugen is. Vorige keer liep hij zo drie weken rond. Ongewassen. Ongeschoren. Handen diep in de zakken van de kamerjas. Een dutje van tijd tot tijd om tijd te doden.

Harry dwaalt wat rond in het huis en komt  zichzelf ergens tegen in een spiegel.

“Jawadde, amaai, oh boy,” de kop lauwe koffie, die hem gezelschap hield op zijn dwaaltocht door het huis, spat in stukken uit elkaar op de grond: “Harry, toch. Waar ben je mee bezig?”

Een donkere paarse band strekt zich van links over de neus naar rechts. Beide wenkbrauwen staan gezwollen en de ogen rood doorlopen.

‘Nu weet ik tenminste waarom de koffie naar bloed smaakt!’

Harry laat de schabouwelijke aanblik en de scherven voor wat ze zijn en sloft verder door het huis. Hij mijdt de kamers met spiegels. In andere kamers gooit hij herinneringen stuk.

“Sadist,” roept hij naar een God ergens hierboven: “Crapuleus stuk onbenul. Bliksem me dood als je durft. Toe dan! zodat ik je een lesje kan leren!”

Zoals wel vaker luistert God niet.

Of toch? Ergens onderweg in een kast vindt Harry zomaar een fles whisky. Glenfarclas 1962. En nog een andere ook.

klik hier voor deel 7

terug naar deel 5