De zwarte agenda

Telkens weer neem ik me voor om het schrijven voor wedstrijden aan anderen te laten.93156025-C49C-45E4-8602-7A752CFB85A9 Telkens weer laat ik dat voornemen op de valreep varen. https://www.schrijverspunt.nl/schrijfwedstrijd/11643-vergetelheid

(foto: schrijverspunt)

 

Harry, gewoon Harry (Deel 15) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

In het holst van de nacht klautert Harry de trap op. Hij heeft honger als een paard.

We kunnen wat volgt op verschillende manieren beschrijven. In uren. In promille. Harry is zo zat als een patat en heeft zich vast te houden aan de trapleuning. Hij weet dat hij achterover valt als hij loslaat. In liedjes. Honderd drieëntachtig liedjes wurmen zich een weg in het gehoor. Sommige zetten hem aan tot dansen. Andere zingt hij luidkeels mee. Naar nog andere luistert hij stil en weemoedig.

Misschien opteren we hier best voor een  beschrijving in euro’s. Hoewel. Alleen al de flessen Montrachet Grand Cru die Harry in zijn botten sloeg vertegenwoordigden een fortuin van verschillende duizenden euro’s. Zo ook verschillende flessen Roumier Musigny Grand Cru. Waardoor we ook bij deze wijze van beschrijven in benaderingen blijven steken.

Zo af en toe komt Harry naar boven. Eerst om de frigo leeg te roven. Nadien de diepvries. Nog later de eetwaren in blik en brik uit een kast in de berging. Dan gaat het telkens weer richting kelder, om er opnieuw een fortuin te zuipen. Hij schaamt zich daarover, en kriebelt op de kalender in de keuken: goedkope wijn kopen.

Later zal hij die zin proberen ontcijferen en begot niet meer weten wat daar staat en waar het kattengeschrift op slaat.

Eens ook de berging leeg getroost hij zich zelfs niet meer de moeite om naar boven te komen. En als de Ipod voor Old Red Eyes Is Back kiest drukt Harry op repeat en zingt hij uit volle borst mee. Urenlang. Hij beseft dat het zielig oogt, maar er is geen weg terug.

Ergens in zijn achterhoofd zeurt het. Zich bezuipen, zich haast letterlijk verzuipen in de kelder, het is geen afscheid dat bij hem past. Hij had zich zijn einde anders voorgesteld. Niet per se vrolijker, maar iets dat meer past bij de man die hij was. Hoe hij echter probeert, geen enkel vooruitzicht, geen enkele gedachte geven hem kracht om zich een weg uit de ellende te banen. Daarboven wacht hem niks.  Niks om naar uit te zien. Harry opent nog een fles. Vosne Romanée Premier Cru en zet ze gulzig aan zijn lippen, als een fles water na een lange fietstocht.

ga door naar deel 16

terug naar deel 14

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 14) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

Ward krijgt de keycard van de auto in zijn handen geduwd. Hij zal het schots en scheef achtergelaten vehikel later op de dag terugbrengen, en de keycard in de brievenbus droppen.

‘Nu doet hij het weer,’ denkt Harry, wanneer de wijkagent hem een knuffel geeft. Op een vreemde manier voelt het best goed aan. Ze spreken nog af dat Harry hem zal bellen wanneer hij klaar is om zich te herpakken.

“Gewoon bellen. Ward to the rescue!” Ward trekt zijn buik in en zet een hoge borst op wanneer hij dat lachend zegt.

Wankele en manke pasjes brengen Harry terug naar de keuken. En dan naar het medicijnkastje voor een pijnstiller of twee, drie.  Wankel wordt vast. En tegen de tijd dat Harry uit de douche stapt voelt hij zich herboren. Wat dan ook weer geen leven is in zijn toestand.

Harry laat per sms weten dat “door onvoorziene omstandigheden” de poetsvrouw de komende weken niet hoeft langs te komen, maar dat het geld wel op haar rekening overgeschreven zal worden. “Ik laat nog iets weten voor volgende maand. Groetjes, Harry.”

Harry drukt op de shuffle-toets van de zijn I-pod. The Pogues nemen alle twijfel weg: vandaag is heus niet de dag waarop het beter zal gaan.

Harry hoort de keycard van de auto in de brievenbus vallen. Hij stuurt een berichtje naar het nummer dat Ward daarnet achterliet. “Ontzettend bedankt!”

Nu alle plichtplegingen en risico’s van de baan zijn Harry trekt naar de kelder met een klapstoel, kussentje en enkele glazen onder de arm en in de handen. Hij verwacht er wel een tijdje te verblijven.

door naar deel 15

terug naar deel 13

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 13) (willekeurige variant op een parabel)

romance

Hélène ziet het anders: “De mooiste romances beginnen met hartstocht en ontembare, haast onbetamelijke verlangens. Toegeven, ze eindigen vaak slecht of ronduit dramatisch en abrupt. Maar geef me één voorbeeld van een romance die warm en welig tiert in de schaduw van leugens en valse beloftes.”

“Ik eerst, ik eerst.” Martine kent wel een voorbeeld: “De koning en de koningin!”

“Komaan zeg, mijn roze vibrator is minder houterig en heeft meer passie.”

“Kan goed zijn.” is Martine nogal stellig: “Maar die twee doen dat goed. Weet je nog hoe hij destijds onbeholpen en bepaald onbewogen aankondigde dat hij een vrouw had gevonden? Weet je nog hoe er geen spatje passie te bespeuren was. En kijk wat een sterk koppel ze nu geworden zijn. Ik wil maar zeggen: zelfs in een dorre woestijn kan liefde zich openbaren.”

“Martine, hoor jezelf bezig.” onderbreekt Hélène met verveelde stem: “Zelfs in een dorre woestijn kan liefde zich openbaren. Je leest teveel boekjes. Geeuw. Geeuw. Een ander voorbeeld graag. Niet van adel.”

Nu ze er zo over nadenken: ze kennen geen voorbeelden van sterke romances in de schaduw van een leugen.

Francine wil wel nog een gedachte delen: “Mijn batterijen zijn voortdurend leeg.”

“Wat?”

Francine spert de ogen enkele keren wijd open :”Je weet wel. We hadden het er net nog over.”

“Waarover?”

“Maar zeg, gaan jullie het me echt doen zeggen?”

“Ja, want je spreekt in raadsels!”

Verlegen breng ze een hand naar haar mond, om het geluid te dempen: “De batterijen van mijn vibrator.”

Gegiechel en schaterlach weerklinken rond de tafel.

“Mooie vriendinnen zijn jullie. Me eerst vuile dingen doen zeggen en me dan hartelijk uitlachen. Grappig, echt grappig.”

“Sorry. Echt sorry.”

Martine, Hélène en An willen zich herpakken, maar van zodra ze elkaar in de ogen kijken gaan ze weer schaterlachen.

“Ik wou alleen maar zeggen dat ook passie een vervaldatum heeft. Natuurlijk grijpt het je als een razende naar de keel. Natuurlijk zijn die avontuurtjes in elke hoek van de kamer bloedgeil. Maar zeg nu zelf, hoe lang duren ze? In elke verdomde hoek  sluimeren gewoonte en verveling.  Martine spreekt van een dorre woestijn. Wel ik ben een verkwikkende oase, maar niemand komt er zich nog laven.”

Het wordt even stil rond de tafel.

terug naar deel 12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 12) (willekeurige variant op een parabel)

 

bullet-hole

Harry is ondertussen ook aan een kop koffie toe. Ward nog niet.

Uitermate bedachtzaam, met kleine zijwaartse passen en de rug tegen de muur  baant hij zich een weg doorheen het huis,  pistool strak in de aanslag.

“Clear,” roept hij, telkens nadat hij acrobatisch een deur voorbij rolt.

“Safe!”

Harry, die inmiddels is recht gekrabbeld, houdt hem hoofdschuddend in de gaten.

“Meen je dat nu echt, roep hij nu echt clear tegen zichzelf,” vraagt hij zich luidop af, terwijl hij enkele keren met de wijsvinger tegen de slaap tikt. Ward, die onraad meent te horen, maakt een vervaarlijke duikrol en vuurt een schot af in de richting van de stem die hij achter zich.

Harry is zo verbijsterd dat hij weinig anders kan dan stokstijf blijven staan en hopen op het beste. De kogel mist op een haar na zijn schouder en verdwijnt achter hem door een raam.

“Verdomme, Ward, ‘t is ik. Steek dat pistool weg voor er ongelukken van komen.”

“Gij zelf, verdomme, godverdomme! Wat is hier toch allemaal aan de hand? Zijn de gijzelnemers gevlucht?”

“Er is hier niks aan de hand! Er is hier niemand gevlucht. Er loopt hier wel ergens een halvegare, schietgrage agent rond. Ik weet niet wat hem bezielt heeft, maar hij schoot zopas nog het raam achter mij stuk!”

Het is met tegenzin dat Ward het pistool opbergt in de holster: “En toch klopt hier iets niet!”

“Koffietje?”

“God, ja, waarom niet?”

“Met een geut whisky?”

“Awel, ja, waarom niet!”

De kalmte van daarnet heeft plaats gemaakt voor trillende handen.

“Verdomme, Harry, wat is hier toch aan de hand? Je huis ligt er bij als een varkensstal. Je ziet er uit alsof je werd vertrappeld door een nijlpaard. Ik vond je wagen hier wat verderop: bloed aan het stuur en het portier nog open. ”

“Aja, dat is juist!”

Harry beseft hoe één en ander samengeteld wel wat verwarring kon veroorzaken. Hij verontschuldigt zich, en kijkt schaamtevol naar de grond.

“Ik heb een paar rotte dagen achter de rug, Ward.”

Ward pakt hem vast bij de schouders en zegt iets dat Harry terug aan het huilen brengt.

“Het is niet erg. Ik begrijp het. Kan het helpen als we samen de handen uit de mouwen steken en de boel hier wat opruimen? Laat wat licht binnen. Laat wat frisse lucht binnen. Probeer opnieuw. En weg met die drank.”

Ward graait de fles whisky van de keukentafel, haalt de kurk er af, een giet het goedje in de gootsteen. “Weg ermee!”

“Neen,” schreeuwt Harry uit:”dat is een fles van verschillende duizenden euro’s!”

Ward schrikt zich rot. En draait de fles zo vlug als maar kan terug rechtop. Hij ziet dat enkel de bodem nog goudgeel kleurt.

“In dat geval, sorry,” hij giet het laatste restje in zijn mond: “en gezondheid!”

Harry komt niet meer bij van het lachen.

“Ward, jongen, je bent toch uit speciaal hout gesneden, als ik dat zo mag zeggen.”

“Ik heb je daarnet bijna vermoord, dus je mag dat zo zeggen!”

“En, heb je toevallig zin om hier nog wat dingen stuk te schieten?”

“Ja, eigenlijk wel,” zegt Ward: “ik kan wel wat verstrooiing gebruiken.”

ga naar deel 13

terug naar deel 11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 11) (willekeurige variant op een parabel)

 

 

barista

“Ja, slet gij!”

Mario, de barista, geeft met een korte knik te kennen dat hij weet wat hem te doen staan. Kaastaart brengen. En zo heeft Francine even de tijd om enige interesse te tonen in de avonturen van Hélène. Tegelijkertijd houdt ze Mario argwanend in de gaten, zodat ze kan ingrijpen als hij dreigt te vergeten.

“Explain yourself, woman. Je deed wat nu?”

Hélène leunt achterover en opent een knopje van haar blouse, want ze krijgt het er warm van. “Ik heb me voorgedaan als koopster, en ben naar het huis van de weduwnaar gaan kijken.”

“Aha, daar is de taart. Eindelijk!” Francine haakt, af en werp zich met bolle kaakjes op de kaastaart. De andere twee vriendinnen hebben wel nog oor naar de avonturen van Hélène.

“En, en, en?”

“Hij is zo knap. Er zijn geen woorden voor.”

“Ja, ja, knap in de portemonnee,” stelt Martine vast. An treedt haar bij. Francine kan niet meer volgen, wegens gewillig ten prooi aan de taart: “Hemels!”

“Neen, gewoon echt knap,” verdedigt Hélène zich: “En inderdaad hemels ook, mysterieus, diep, getekend, anders dan die eeuwige klaplopers die ik eerder had,” ze zoekt verder naar woorden:” Stijlvol, zelfs gewoon in kamerjas.”

“Hola, was het al van dat?”

“Amaai, Hélène, je laat er ook geen gras over groeien. Goed zo, meisje!”

Hélène wuift de aantijgingen weg: “Neen, hoor, zo ging het niet. Hij deed open in kamerjas. Maar toegegeven, hij had best iets mogen proberen. Hij maakte me meteen boterzacht.”

“En nu?”

“Tja, nu niks. Wat kan ik zeggen? Dat ik daar onder een vals voorwendsel was?”

“Bel hem!”

“Ik durf niet.”

“Maar bijna alle goeie romances starten met leugens en valse beloftes!”

klik hier voor deel 12

terug naar deel 10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 10) (willekeurige variant op een parabel)

taart

“Slet gij!”

Zij zegt dat niet tegen de barista, want die krijgt in dit vrouwenbastion ook nogal wat naar zijn hoofd geslingerd. Vaak varianten op lekker ding en slet. Het kost hem heel wat moeite om er aan te wennen. En het liefst van al zou hij alle dames er op willen wijzen dat het ongepast is om hem als een lustobject te bejegenen, maar hij heeft een bar te runnen en een peperdure toonbank af te betalen. Dus laat hij het meestal blauwblauw. Een enkele keer bedankt hij zelfs voor het dubieuze compliment, want dat zorgt voor extra fooien in het porseleinen spaarvarken naast de kassa. Hij heeft dat spaarvarken echt nodig om de eindjes aan elkaar te knopen.

Doorgaans grijpt hij pas in als de dames al te vrijpostig zijn en er mee dreigen om bepaalde van zijn onderdelen in hun mond of andere openingen te steken.

Vorige week nog had mevrouw Vindevogel het te bont gemaakt.

“Hola, wacht eens eventjes, mevrouw Vindevogel,” had hij haar terechtgewezen: “#metoo is ook for you!”

Mevrouw Vindevogel draaide een keer ongeïnteresseerd met de ogen en stak een extra bankbiljet in het spaarvarken. Vervolgens richtte ze het woord tot een andere dame naast haar: “Hou me alsjeblief tegen, want ik ga hem zooooo doen.”

Iets wat de andere dame wel een strak plan vond: “Zwijg, #ikeerst, zunne.”

Maar dat terzijde. Want zij zegt het dus niet tegen hem. Zij zegt slet tegen Hélène.

Hélène is de dame die op zaterdag het huis van Harry was gaan bekijken. En zij dat is Martine, haar vriendin.

Aan het tafeltje zitten ook nog An en Francine.

“Ja, slet, zeg dat wel,” zegt An. En ze vraagt zich luidop af of Hélène Mr. Grey-achtige dingen in gedachten heeft.

“Mmmm, zalig.” Francine heeft alleen oog voor de kaastaart. Ze steekt haar vinger in de lucht, zodat Mario weet dat hij nog een stuk moet brengen.

Hélène, An, Francine en Martine zaten vroeger in dezelfde klas. Samen hebben ze 151 jaren op de teller. Maar geen van hen weet nog of ze ooit hun draai gaan vinden. Alleen Francine heeft nog een man. Maar liefst van al zou ze hem op de laatste donderdag van het kwartaal bij het grof vuil zetten. Opgeruimd staat netjes. Hélène en Martine dragen hetzelfde kruis. Ze werden gedumpt voor jonge, onnozele en gewillige versies van zichzelf. An, tenslotte, vond er nooit één. Soms zou ze wel willen, maar ze weet door haar vriendinnen dat zo een vent in huis hoegenaamd geen garantie op geluk is. Ze omschrijft zichzelf het liefst als zoekend, maar niet actief.

 

terug naar deel 9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 9) (willekeurige variant op een parabel)

 

koffie

Het ziet er niet naar uit dat het nog in orde komt met Harry vandaag. Dat geeft ons de kans om een ommetje te maken langs Qahwa, één van de koffiebars die daar in de buurt als paddenstoelen uit de grond rijzen. Naast traag druppelde koffie  van over de hele wereld krijg je er ook taart en ander gebak.  Vooral de kaastaart met kruimige bodem gaat er vlot over de toonbank.

“Doe me er nu één voor bij de koffie, en eentje voor thuis.” Je drukt die wens beter op tijd uit, want niet zelden is de kaastaart al na enkele uren op. En op is op. Het staat in koeien van letters op een oud schoolbord geschreven.

De koffie zelf is bijzonder prijzig. Misschien wel omdat de restauratie van de toonbank een fortuin kostte. Het is een prachtig functioneel en meesterlijk gebogen ontwerp van art-nouveau-grootmeester Henry van de Velde. En het moet gezegd: gevuld met lekkers is het een lust voor de zintuigen.

De zaak draait goed, maar geld voor personeel is er voorlopig niet, en aldus speelt de trotse eigenaar, Mario, ook barista. Hij maalt er niet om. Koffie is zijn lang leven. En geen tas vertrekt zonder een kunstige tekening in de romige kraag. En als het geen tekening is, dan tovert hij met kwistig gesprenkelde chocoladeschilfers. Elke kop is een kunstwerk. Bijna zonde om er van te drinken.

Veelal is Mario de enige man binnen. Het gebeurt wel eens een keer dat er een lamme goedzak meegetroond wordt door vrouwlief. Maar je ziet dan van ver dat die nogal snel uit zijn lichaam treedt en mentaal elders vertoeft. Mannen kunnen dat: hier zijn, maar ook daar. Af en toe knikken ze dan, om te tonen dat ze niet daar zijn maar hier.

De barista laat het allemaal niet aan zijn hart komen, al keert hij vaak met barstende hoofdpijn huiswaarts door al dat gekakel en gekir de godganse dag.

ga naar deel 10

terug naar deel 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 8) (willekeurige variant op een parabel)

gebroken

Harry sluit het raam, wrijft wat spuug in de handpalmen en duwt daar zijn haar mee plat. Hij knoopt zijn kamerjas strak, haalt diep adem en sloft naar beneden. ‘Allez, het is dan toch nog geen woensdag,’ oordeelt hij.

Let er eens op, de volgende keer dat je in een gebroken glas trapt: het besef komt altijd eerst. Terwijl het glas zich pisnijdig weg kerft  doorheen eelt, vlees en pezen. Tergend traag gebeurt dat, en doorgaans in vaststellende wijs. Zo ook bij Harry. ‘Ha, ja, daar heb je het glas dat ik kwijt was vannacht.’  

Nadien pas komt de pijn op bezoek.  In scheuten. Onzalig klauwend naar het hart.

“Auch. Aai. Ajaj.”

Let ook hier op: het ergste moet dan meestal nog komen. Altijd zit de scherf te diep om ze zomaar te grijpen. Dat zou al te handig zijn, en zo zit het leven nu eenmaal niet in elkaar. Altijd is het poken en koteren. Altijd weer laat de scherf zich net niet vastpakken. En eerder dan ze er uit te halen drijf je de scherf dieper en dieper in het vlees. Hinkend op één been en inmiddels misselijk van pijn vind Harry in de badkamer ten lange leste een pincet.

Ok dan, hier gaaaaaaaaauw we! Vedomme, verdomme, verdomme.’

Pling klinkt de scherf op het porselein van de wasbak. De vloer lijkt inmiddels een plaats delict. En beneden heeft de wijkagent er schoon genoeg van.

Bong. Bong. Bong. Bong. Bong. Bong.

“Doe open. Politie!”

“Ik kom aaaaaf!” Trekkebenend en kermend van pijn rept Harry zich naar beneden.

Elke pas van zijn gehavende voet laat een bloedvlek achter. En ook als hij contact met de vloer mijdt, trekt het bloed toch nog fijne Pollock-achtige  slierten .

Bong. Bong. Bong.

“Ik kom! Ik kom! Ik ben er.”

Met de kracht van een buffel, en omgekeerd evenredig met wat zijn bierbuikje doet vermoeden, trekt wijkagent Ward Harry weg uit het deurgat. Met één enkele bruuske beweging werpt hij hem op de grond. “Blijf liggen en beweeg niet! Ik kom terug als de kust veilig is.”

“Maar de kust is veilig,” claimt Harry. Agent Ward hoort hem niet en is al binnen. Wapen in de aanslag. Behoedzaam en zelfzeker pas na pas.

terug naar deel  7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 7) (willekeurige variant op een parabel)

whisky-2619215__480

In deze toestand is Harry gewoon een vogel voor de kat. Hij weet dat en verzet zich daar niet tegen. Toegeven is beter. En de stukken van zichzelf raapt hij later wel een keer bij elkaar. Wakker zijn en slapen gaan naadloos in elkaar over. Dag genadeloos in nacht. De uren doen er niet meer toe.

Dingdong.  Dingdong. Dingdong.

Harry schrikt wakker op de grond naast het bed. Een halfvolle whiskyfles naast hem als metgezel. Het glas is zoek. Harry herinnert zich zoiets. Uren eerder was hij het glas ergens kwijtgespeeld. Hij zocht, maar kwam niet te weten waar hij het precies had gelaten.  Hij besloot dan maar om zich rechtstreeks van de fles pletter te drinken drinken.

Harry  voelt zich geradbraakt en zelfs ademen doet zeer aan zijn kop. Zijn schedelpan slaat open en toe. Languit schijnboksen dat lukt wel nog. Links, links. links, rechts. “Kom op, laffe hond,” maant hij God tot actie aan. Zijn laatste linkse heeft meer weg van een wegwerpgebaar: “Pfff, je durft niet.”

Dingdong. Dingdong. Dingdong.

Harry meende daarnet al iets te horen. Maar nu sijpelt de deurbel langzaam binnen. Moeizaam en met een beetje hulp van de bedrand krabbelt hij recht.

Dingdong. Dingdong. Dingdong.

‘Niet te geloven dat het al woensdag is,’ denkt Harry bij zichzelf: ‘gisteren was het nog maandag.’ Hij bedenkt een smoes om Agnieszka, de poetsvrouw, wandelen te sturen, terwijl hij naar een raam waggelt.

De zon zeurt nijdig aan zijn kop. Hij wendt zijn blik af om zonlicht te mijden en om zijn gedeukte kop te verstoppen.

“Agnieszka, ik ben een beetje ziek. Je hoeft vandaag niet te poetsen. Volgende week ook niet. Maar ik maak het geld zeker over op….”

“Harry, ‘t is Ward.”

Harry buigt zich over de vensterbank. En inderdaad het is Ward, wijkagent sinds jaar en dag  en immer goedlachs, zelve die daar beneden staat te blinken. Hij ziet de gezwollen aanblik, en jaren van paraatheid en training werpen meteen hun vruchten af.

Zelfzeker legt Ward een hand op zijn holster, en behoedzaam zet hij een stap achteruit om de situatie in te schatten en zicht te krijgen op de ernst van deze onverkwikkelijke zaak. Ongetwijfeld een gijzeling.

“Harry, knipper met je ogen als je in gevaar bent! We zijn er voor jou.”

“Ik krijg mijn ogen niet toe en jij bent hier helemaal alleen, want ik zie je fiets tegen de haag staan,” werpt Harry terug naar Ward, die zich inmiddels met zijn schietijzer in de aanslag achter een buxushaag verschanst heeft.

“Maar geen nood. Er is geen gevaar. Berg dat ding alsjeblief op. Straks vallen er nog gewonden. Ik kom naar beneden.”

klik hier voor deel 8

terug naar deel 6