Harry, gewoon Harry (Deel 16) (willekeurige variant op een parabel)

 

ambulance

Harry verblijft uiteindelijk drie weken in de kelder. Het hadden er twee kunnen zijn, maar net op het moment dat lege kasten en frigo’s hem onherroepelijk naar buiten zouden drijven, vindt hij nog ergens een zak linzen. Af en toe klimt Harry uit de kelder, om een portie linzen te koken en deze te verorberen met ketchup. Lekker is het niet, maar het houdt hem op de been en binnen.

En hoewel hij er vanuit gaat dat de zak linzen hem nog minstens twee weken in de kelder kan houden, lukt het hem na drie weken niet meer om de trap op te klauteren. Zijn voet staat gezwollen en trekt paars tot onder de knie. De alcohol verdooft, maar niet lang genoeg en lang niet genoeg. Elke beweging die hij maakt gaat gepaard met pijnscheuten tot recht in het hart.

Stil zitten is zowat het enige dat een beetje helpt. En dat doet hij dan ook. Hij zit stil, dicht genoeg bij de drank. Af en toe gaat hij liggen op de koude vloer. Tot het Harry gewoon niet meer lukt om recht te veren.  Koortsige en angstige dromen schudden hem met regelmaat van de klok wakker. Langzaam gaat het licht uit.

En dit verhaal had hier nu al ruw en triestig afgelopen kunnen zijn. Maar dat is naast Ward, de goedlachse wijkagent, gerekend. Hoewel nog frisjes voor de tijd van het jaar rijdt hij rond op de fiets in een blauw hemd met korte mouwen. Onder zijn wat groot ogende politiepet blijft het voorval met Harry door zijn hoofd spoken. Vandaag wordt het hem teveel en hij stuurt zijn fiets richting het huis van Harry.

Daar aangekomen oogt alles lieflijk en vredig. Maar het zint Ward niet. Het voelt niet goed. Hij wandelt in de tuin rond het huis en neemt alles in zich op. Het slagveld dat Ward in de keuken aantreft zint hem nog minder, en hij aarzelt geen seconde om met een steen het raam stuk te gooien en zich langs de achterdeur een weg naar binnen te banen.

“Harry! Harry! Harry?”

Harry geeft geen respons. De stank die Ward tegemoetkomt is misselijkmakend, en wordt sterker in de buurt van de kelder. De deur staat op een kier, en Ward geeft er een duw tegen. Beneden in de kelder ziet hij Harry liggen. Gekromd als een vraagteken, meer dood dan levend.

“Harry?”

Harry reageert niet en Ward belt de hulpdiensten: “Inspecteur Ward Ghijselinck hier. Zet er alsjeblief spoed achter!”

De stank van rottend vlaas en schrale wijnresten is niet te harden en doet Ward kokhalzen. Hij probeert het van zich af te schudden en baant zich een weg naar beneden.

In de verte komen sirenes dichterbij.

“Harry, hulp is onderweg. Ik blijf bij je.”

klik hier voor deel 17

terug naar deel 15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Harry, gewoon Harry (Deel 15) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

In het holst van de nacht klautert Harry de trap op. Hij heeft honger als een paard.

We kunnen wat volgt op verschillende manieren beschrijven. In uren. In promille. Harry is zo zat als een patat en heeft zich vast te houden aan de trapleuning. Hij weet dat hij achterover valt als hij loslaat. In liedjes. Honderd drieëntachtig liedjes wurmen zich een weg in het gehoor. Sommige zetten hem aan tot dansen. Andere zingt hij luidkeels mee. Naar nog andere luistert hij stil en weemoedig.

Misschien opteren we hier best voor een  beschrijving in euro’s. Hoewel. Alleen al de flessen Montrachet Grand Cru die Harry in zijn botten sloeg vertegenwoordigden een fortuin van verschillende duizenden euro’s. Zo ook verschillende flessen Roumier Musigny Grand Cru. Waardoor we ook bij deze wijze van beschrijven in benaderingen blijven steken.

Zo af en toe komt Harry naar boven. Eerst om de frigo leeg te roven. Nadien de diepvries. Nog later de eetwaren in blik en brik uit een kast in de berging. Dan gaat het telkens weer richting kelder, om er opnieuw een fortuin te zuipen. Hij schaamt zich daarover, en kriebelt op de kalender in de keuken: goedkope wijn kopen.

Later zal hij die zin proberen ontcijferen en begot niet meer weten wat daar staat en waar het kattengeschrift op slaat.

Eens ook de berging leeg getroost hij zich zelfs niet meer de moeite om naar boven te komen. En als de Ipod voor Old Red Eyes Is Back kiest drukt Harry op repeat en zingt hij uit volle borst mee. Urenlang. Hij beseft dat het zielig oogt, maar er is geen weg terug.

Ergens in zijn achterhoofd zeurt het. Zich bezuipen, zich haast letterlijk verzuipen in de kelder, het is geen afscheid dat bij hem past. Hij had zich zijn einde anders voorgesteld. Niet per se vrolijker, maar iets dat meer past bij de man die hij was. Hoe hij echter probeert, geen enkel vooruitzicht, geen enkele gedachte geven hem kracht om zich een weg uit de ellende te banen. Daarboven wacht hem niks.  Niks om naar uit te zien. Harry opent nog een fles. Vosne Romanée Premier Cru en zet ze gulzig aan zijn lippen, als een fles water na een lange fietstocht.

ga door naar deel 16

terug naar deel 14

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 14) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

Ward krijgt de keycard van de auto in zijn handen geduwd. Hij zal het schots en scheef achtergelaten vehikel later op de dag terugbrengen, en de keycard in de brievenbus droppen.

‘Nu doet hij het weer,’ denkt Harry, wanneer de wijkagent hem een knuffel geeft. Op een vreemde manier voelt het best goed aan. Ze spreken nog af dat Harry hem zal bellen wanneer hij klaar is om zich te herpakken.

“Gewoon bellen. Ward to the rescue!” Ward trekt zijn buik in en zet een hoge borst op wanneer hij dat lachend zegt.

Wankele en manke pasjes brengen Harry terug naar de keuken. En dan naar het medicijnkastje voor een pijnstiller of twee, drie.  Wankel wordt vast. En tegen de tijd dat Harry uit de douche stapt voelt hij zich herboren. Wat dan ook weer geen leven is in zijn toestand.

Harry laat per sms weten dat “door onvoorziene omstandigheden” de poetsvrouw de komende weken niet hoeft langs te komen, maar dat het geld wel op haar rekening overgeschreven zal worden. “Ik laat nog iets weten voor volgende maand. Groetjes, Harry.”

Harry drukt op de shuffle-toets van de zijn I-pod. The Pogues nemen alle twijfel weg: vandaag is heus niet de dag waarop het beter zal gaan.

Harry hoort de keycard van de auto in de brievenbus vallen. Hij stuurt een berichtje naar het nummer dat Ward daarnet achterliet. “Ontzettend bedankt!”

Nu alle plichtplegingen en risico’s van de baan zijn Harry trekt naar de kelder met een klapstoel, kussentje en enkele glazen onder de arm en in de handen. Hij verwacht er wel een tijdje te verblijven.

door naar deel 15

terug naar deel 13