Bye bye zwaai zwaai (kortverhaal: deel 3 van 6)

Sunset, Sky, Sun, Cloud, Twilight

3) Zijn geluk kon de laatste tijd gewoon niet op. Hij zei het achteraf wel vaker zo, en hij zou het achteraf nog vaker zo zeggen, terugblikkend op het verbluffende mirakel van zijn wonderbaarlijke wederopstanding.

Een week eerder moet het zijn geweest dat zijn geluk beginnen keren was. Volgens een haastige wedersamenstelling in zijn kop -2 weken, klootzak!- moest de heks  toen al terug thuis zijn geweest .

De eerste stap, alvorens een stadstuin zich gewillig en genereus laat oogsten, zo vertelde de kalender van de natuurvereniging, was een heuse slakkenjachten. Slakken met en zonder huisjes zijn de grootste gesel van de moestuin en de aspirant landbouwer. Het is een wijze raad die de tuinier in onze contreien maar beter niet kan vergeten. Voor je het goed en wel beseft hebben slakken de ganse tuin leeg gevreten.

Pas nadien krijg je af te rekenen met andere kwalen en ongedierte, zoals bladluizen. ‘De oogst is half geslaagd voor wie al de slakken heeft verjaagd‘: daarmee opende in vette letters de maand februari van de kalender, als had de natuurvereniging hulp ingeroepen van Bond Zonder Naam .

Na het lezen van deze wijze raad was Wilfred danig gemotiveerd en bijzonder verwachtingsvol opgestaan uit de zetel. Hij zich ook een jas aangetrokken, want op het terras kon het deze tijd van het jaar nog vervaarlijk guur zijn. Een droge noordooster deed er zomaar je lippen barsten. Het leek hem dus wel gepast om ook wat lippenbalsem op te doen. En handschoenen waren nooit een overbodige luxe.

En wat hij zag, helemaal opgedirkt als een soortement tuinman of wat daarvoor moest doorgaan, beviel hem danig. Behalve wat wanhopig wriemelende pissebedden, onder de loszittende tegels van het terras, was er in geen spreekwoordelijke velden of wegen ongedierte te bespeuren. Nog voor ze er goed en wel erg in hadden vonden de pissebedden een nieuw onderkomen in de zak van de kruimeldief. ZieeeewoefEn zonder ook verder iets te ondernemen waren zo de eerste stappen al gezet: de stadstuin was bij deze offieel slakken-en pissebedvrij. Het echte werk kon beginnen. Wilfred was een echte krak.

De volgende dagen verliepen minder voorspoedig, want het weer wou niet mee. Scheen de zon dan was het bitter koud. Scheen de zon niet dan geselde ijzige sneeuwregen dagenlang het terras. Het was nooit echt goed. Enkel de aardappelen leken, verborgen onder een natte handdoek, te doen wat ze hadden te doen: bleke scheuten maken. Voor de rest bestonden de dagen uit het wachten op de weergoden.

En eindelijk, zo ergens eind februari, waren ze hem goed gezind. Van binnen bekeken kon je het zo niet zien, maar de weerman liet er geen twijfel over bestaan: “Ik heb goed weer besteld voor het weekend! Morgen bereikt het kwik vijftien of zestien graden.”

Weermannen en vrouwen hebben veel gemeen met politici. Is er goed nieuws dan is dat allemaal dankzij hen. Is er slecht nieuws dan ligt dat ofwel aan de natuur, ofwel aan de tegenvallende economische conjuctuur. Andere woorden, dezelfde gespleten persoonlijkheid. Wilfred was er natuurlijk niet minder blij om. Morgen kon het zaaien beginnen. Eindelijk.

En gezaaid dat werd er. Radijs, tomaat, paprika, peper, sla, courgette. Alles waarvan zij die het konden weten beweerden dat ze prima gedijen in een standstuintje ging de grond in. Liefdevol en onder begeleiding van bemoedigende woorden werden de zaadjes zachtjes in de aarde gedrukt. ‘Groei maar, lieverdjes, groei.’ Met krijt schreef hij op de wijnkistjes in zijn schoonste handschrift wat voor lekkers er onder de grond verscholen zat.

Jaren was het geleden dat hij nog zo verwachtingsvol naar de volgende dag had uitgekeken. Hij herinnerde zich nog een brief die hij had geschreven aan Myriam, zijn aanstaande vrouw, later serpent. Van toen was het geleden dat het hart als een razende tekeer ging in zijn keel. Zo lang was het geleden dat hij zwanger was  van hoop en nagelbijtend zenuwachtig van schier eindeloos wachten op een antwoord.

Het lopen op wolkjes. De vlinders in zijn buik. Het ijsberen. Wat een heerlijke tijd was dat toch geweest. En hoe gelukkig was hij wel niet geweest toen het antwoord eindelijk kwam.

‘Ja, hoor, ik wil het wel met je proberen.’ Met liefs en veel kusjes, zo had ze ondertekend.

 

 

Advertisements

Bye bye zwaai zwaai (kortverhaal: deel 2 van 6)

Uiteenvallen, Echtscheiding, Scheiding

2) Bevrijding, inzicht en levenslust. Allemaal goed en wel. Maar als rechtstreeks gevolg van zijn onbeholpen en halfslachtig bestaan ontbrak het de herboren veertiger aan financiële draagkracht voor de obligate en peperdure fratsen van een  doorsnee midlifecrisis.

Zoals daar zijn. Een razendsnelle motor, type cougar magneet. Dat had hij zichzelf  graag cadeau gedaan, maar zulks behoorde helaas niet tot de ronkende mogelijkheden. Logischerwijze was ook het tragere model met dikke banden en een overdaad aan schitterend chroom, type milf magneet, veel te hoog gegrepen. Laat staan dat er ruimte was was voor een simpele koersfiets, type gay magneet.

Zelfs een simpel paar sportsloefen, type helemaal niks magneet, en  de brandende ambitie om als wraak op dit leven met de vingers in de neus zomaar even 100 jaar te worden, kreeg hij onmogelijk geregeld met  die rood aangelopen bankrekening van hem. Bepaald armoedig, dat was de staat van zijn leven. En troosteloos van aanblik.

Gelukkig was er die kalender die hij van zijn schoonouders voor zijn kerst en nieuwjaar cadeau had gekregen.  Een zaaikalender van de natuurvereniging. Heel speciaal voor dak- en stadstuinen nog wel. Het was gewoon de achterbakse manier van zijn schoonouders geweest om hem er nog eens goed met zijn neus in te wrijven. Al dat armoedige leven. Zeventien hoog met beneden de goorste buurt van de stad. Dat allemaal met hun lieftallige dochter ook nog. Hun meiske dat zo veel beter had verdiend dan een depressieve lapzwans.

Dat meiske, zijn vrouw, Myriam, vond blijkbaar zelf ook wel dat ze beter had verdient, want ze zocht en vond regelmatig en met overgave troost in de armen van een ander. Al kan niet gezegd worden ze goedkoop was. Ze vond gewoon vaak de ware. Met veel bravoure en zin voor melodrama liet ze Wilfred dan zitten. Niet voor een prins op een wit paard, maar voor een of andere minkukel met een dure wagen. Voor iemand die haar voor eens en voor altijd van de doffe ellende zou verlossen. Voor ze de deur achter zich dichttrok riep ze dan snel nog wat lieve woorden bij elkaar: ‘Kust mijn kloten, ellendige klootzak. Ik krab je ogen uit als ik je ooit nog eens zie.’

En om te tonen dat het hem geen moer kon schelen riep Wilfred haar na met wuivende gebaren: ‘Bye bye, zwaai zwaai, de groetjes en de snoetjes!’

Het terugkeren gebeurde meestal stiller, als een dief in de nacht, maar op dezelfde lieftallige toon: ‘Ben je nu content, klootzak?’

‘Eh, niet echt.’

Gelukkig waren dat allemaal dingen waar hij de laatste tijd niet zo vaak meer aan dacht. Hij stond nu eerder vaststellend in het leven. De ene dag stelde hij vast dat ze er was. De andere dag dan weer was ze er niet.  Een rustgevend evenwicht was onder de vorm van verregaande onverschilligheid neergedaald over ‘huisje weltevree’.

Ze was blijkbaar al even terug, sinds ze op oudejaarsnacht voor de zoveelste keer had besloten om hem -deze keer echt voorgoed- te verlaten, alvorens hij ergens in eind februari had vastgesteld  dat ze er was.

Hij vroeg het zich af: ‘Wel, wel, wel hoe lang is dat serpent al terug?’ Hij had er geen flauw idee van. Het vraagstuk kon hem, eerlijk gezegd, ook niet langer dan een seconde of twee boeien. Hij verkeerde in vaststellings-modus: ‘Wel, wel, wel, kijk eens daar zie: de heks is teruggekeerd op haar bezem.’

Hij had geknipoogd naar haar, al wist hij niet precies waarom. Misschien dat daar zijn kop al begon op te klaren. En daar was ze zo van geschrokken dat ze ze haar glas gin-tonic had laten vallen op het vast tapijt dat volgens het huurcontract onvervreemdbaar bij het appartement hoorde. Het glas rolde tergend traag tot onder de zetel. Dat had haar nog kwader gemaakt, want ze had er,  al vroeg op de dag stomdronken, twee keer nipt naast gegrepen. Op ramkoers bukte ze zich om het glas vanonder de zetel te scharrelen.

Zo welgemikt als ze in haar toestand maar kon, en onder suspensvolle begeleiding van alleraardigste woorden, keilde ze het glas richting die domme kop van hem. ‘Hier, zie. Ellendig stuk vreten. Twee  weken ben ik hier al. Twee. En nu ga je plots wat staan knipogen naar mij! Als je zo verder doet ben ik hier vandaag nog weg! Voorgoed deze keer! Hoor je dat?’

Geen van beiden hoorden het glas in de diepte breken. Op het kleine terras, waar hij al de hele ochtend druk doende was met wijnkistjes en teelaarde, had het glas rakelings zijn hoofd gemist. Waarna het een ellipsvormige baan naar beneden had vervolmaakt. De onverbiddelijke fysica van uitgewoonde aantrekkingskracht.

Mist belette het zicht, maar er weerklonk geen ijzingwekkende schreeuw beneden. Geen gierende banden. Evenmin min loeiden er sirenes in de minuten die volgden. Wat eerder ongewoon was voor dat deel van de stad, maar waaruit toch  kon worden besloten dat het glas op een veilige plek was neergekomen.

Het meest ongelukkige koppel ter wereld had dan toch nog eens geluk.

 

Bye bye zwaai zwaai (kortverhaal: deel 1 van 6)

Raindrops, Sunset, Window, Depression

1) Wilfred Depauw kon er precies weer tegen. Makkelijk was het allemaal niet geweest, maar hij kon er weer tegen. Pikkedonker was het soms geweest, maar de laatste tijd  kwam de zon zo af en toe eens schuchter piepen doorheen het grijze wolkendek rond zijn hoofd. En dat vond hij wel goed zo.

Het was al lang genoeg donker geweest in die zwaar beladen kop van hem. De rivier die de stad dwars doormidden sneed, lonkte niet langer uitnodigend en verlossend.

Het was hem opgevallen dat de sombere gedachten onder het zachte voorjaarslicht waren bezweken en dat hij terug op de brug kon gaan staan om te genieten van de bootjes, de eendjes, de reiger die er ook altijd zat en de vissen voortdurend in het vizier had. Eindelijk waren ze weg de dagen waarop hij bang was geweest om op de brug te gaan staan, omdat het meanderende water uitnodigend lonkte. Alsof duistere nimfen gebaarden: ‘Kom maar hier! Kom maar in het water! Kom bij ons als je wil vergeten.’

Vergeten was iets waar hij de lokroep van het water niet meer voor nodig had. Naar hartenlust kon hij de ramen en deuren opengooien, om een frisse bries doorheen de duffe kamers in zijn hoofd laten trekken. Gedaan met het hamsteren van ellende.  Er waren zoveel dingen waaraan hij de laatste tijd helemaal niet meer dacht. De vrouw die hem zo graag niet meer zag. Het danig  teleurstellende leven dat hij had gehad. De twaalf stielen en dertien ongelukken. De malchance die hem zo eigen was. Het waren dingen waar hij de laatste tijd nog maar zelden aan dacht.

Het begon hem te dagen dat het deze wereld was die hem zo niet lag. En natuurlijk was het spijtig dat hij er zomaar eventjes veertig jaar had over gedaan om eindelijk tot dat rustgevende inzicht te komen.

Zie je, het zat zo.

Zoetjesaan aan halverwege  zijn leven kon hij het tij toch niet meer keren, zoveel was zeker. Maar statistisch viel het heel eenvoudig af te lezen dat hij mediaan en gewoon gemiddeld zijn deel van de bittere koek al ruimschoots voorgeschoteld gekregen had. En aldus, voortbordurend op de principes van de logica, kon de resterende helft van zijn leven alleen maar beter zijn.

Eindelijk lagen de kaarten zo dat het leven hem niets meer had te leren. Het was soms bijzonder nipt geweest, zoals die keer dat hij moedwillig, in de hoop verlossing te vinden, ladderzat en met een overdosis pillen languit in een warm bad had gelegen. Om uren later, nog niet eens half dood, bibberend en klappertandend vast te stellen dat het bad tijdens de roes was leeggelopen. Dat was het soort van man die hij was. Niks maakte hij klaar. Niks maakte hij waar. Niks maakte hij af.

Maar inmiddels was de strijd gestreden. De rollen voor eens en voor altijd omgekeerd. Gezien hij hier tegen alle verwachtingen toch nog was, had deze wereld nu met hem te leren leven. Er was tenslotte niet zo gek veel over dat hem nog kon deren.

De ziekelijke God, die bulder lachend en al te kwistig aan de knopjes met ellende zat, had in te zien dat deze jongen gewoon niet klein te krijgen was.

(druk hier voor deel 2)

Meanwhile in Brooklyn, NY. Unlikely conversations somewhere on Stuyvesant Avenue

IMG_0222 - Copy(New York: promising view from the airport)

‘He’s going to ruin the planet single handedly !’

Early morning. A soft and friendly voice came from behind me. I was still drowsy from jetlag and lack of sleep, minding my own business, smoking a cigarette and contemplating whether Nobert’s Pizza would be a good choice for a meal in the evening.

Norbert’s was one of the few pizza joints I had not tried yet. It had smelled promising the night before on my way back to Stuyvesant Avenue. You see, pizza, in all shapes and sizes, is a weakness of mine. Come the day I have to mount the scaffold for decapitation, my last request will most certainly be a pizza and a glass of red wine. Probably Malbec, Maybe Shiraz.

I looked up. An Afro American kid was waiting for his school bus and pointed to a blue heavy roaring Ford van with no one in it. “The guy does it every morning. Turns on the engine and disappears for an hour, comes back with a coffee and a pretzel and hits the road.”

‘I see! It’s a waste of gasoline!’

‘It’s a waste of our planet!’

‘Indeed it is. How old are you?’

’11’

‘You seem pretty smart!’

‘I am, but my friend Akram is way smarter. Probably smarter than you, sir.’

‘Is he?’

‘Yep!’ Could have easily become this year’s reigning spelling bee champion. But he chose not to.’

‘Did he?’

‘Hey, you wanna see my candy bar?’

Like a wizard he conjured 2 large candy bars out of his back pack . Each one larger than an average wand.

‘Great, you’ve got one for me as well?’

‘Nope, I don’t think so. One for me and one for my friend. He, look, there’s the bus. Gotta go!’

Nice kid.

I finished my cigarette, continued minding my own business and further contemplated all possible pizza choices.  Something old, Roberta’s, Di Farra? Or something new, Norbert’s? Tough decision!

Good decision! Norbert’s didn’t disappoint. Great pizza. Nothing less, nothing more.


The next morning the kid stood there again. I hid my cigarette as soon as I noticed the kid on the stairs. Not wanting to give a bad example.

I just had to ask.

‘He, kid, got a candy bar for your friend?’

‘Better than that: mom made lunch for him.’

He showed me 2 lunch boxes.

‘You seem like a good friend.’

‘Yeah, I know. Best friend ever, I think!’

‘Tell me, why didn’t your friend become a spelling bee champion?’

‘Sad story, sir. His dad, Azzam, disappeared.’

‘Come again. His dad did what?’

‘He disappeared,’ the kid said, with a magician-like disappearing gesture.

‘Ohw?!’

‘Yep, visited his dying father in Iran a while ago, and never got back.’

‘Ow, I don’t understand, kid.’

‘Not the sharpest knife in the drawer, are ya, sir?’

The kid made me laugh and left me utterly confused.

‘Gotta go, sir. See ya tomorrow? Got a lot to tell.’

‘Ehm, yes, I guess.’

‘Where are you from?’

‘Belgium.’

‘Bye. My name is Joshua.’


As if we never parted the kid continued his conversation the next day.

‘Hi, there.’

‘Hi.’

‘I’ve been doing some reading on the net. I figure you of all people should understand.’

‘But, I don’t.’

‘Well, you should.’

‘Why?’

‘Trump and your Nv-eeei, and Bart De Wiever.’

Nv-a and Bart De Wever. But he pronounced it eeei and ie.

‘Intolerant right wing politicians. Liars, elected by disappointed and exploited people.’

‘Excuse me, little man. I think there is a difference.’

‘You would think so, but actually there is not. Gotta, go.’

‘But I still don’t understand!’

‘Oh, man, what’s wrong with you? Don’t you recognize a racist politician when you see one? Bye!’


 

The next morning the kid was waiting for me.

‘Given it some thought?’

‘Yep, but I still don’t understand. And before you give me another lecture on politics: I’m talking about the spelling bee.’

‘I’ll tell ya.’

‘Please do.’

The kid gestured to sit next to hem, on the stairs.

‘Akram’s father fled his country years ago. It’s difficult in Iran when you’re a Christian. Came to the States, and worked his but of. Never got his papers right, but as a cheap laborer he was allowed to stay. ‘

‘Still don’t understand!’

‘Be patient, sir. In January Akram’s father received word from his dad. The man was dying. Akram’s father flew to Iran. Meanwhile Trump became acting president. He issued the travel ban,  in an attempt to hurt muslims. You must have heard of the travel ban. Unfortunately just when Akram’s father was on a plane back to the U.S. To cut a long story short. No one has heard from him since. For all we know the man is in jail, dead or in hiding.’

‘Sorry to hear that. I thought that the travel ban issues had been sorted out by now.’

‘You would think so. But naah. People are afraid to talk about it. Nobody complains. Angst all around.’

‘Angst is a dutch word,’ I said.

‘I know that’s why I used it. So it would sink in. Our country is in ruins. And Trump is headed for war and civil war!’

‘Man, kid, you’re smart and a pessimist! Depressing combination!’

‘Realist is the word!’

‘I still don’t understand the spelling bee thing.’

‘Well, not that difficult, is it? Do i have to spell everything out for you?’

I smiled.

‘Akram is smart. Man, smart in way that is difficult to comprehend. I.Q at least 170 plus. But winning the spelling bee would draw much unwanted attention. So his mother forbade him to stand out. Today, in this country, with this president, it is better not to stand out. It’s complicated. Just like in the 30’s when jewish people figured they could avoid disaster by not standing out…’

‘He, kid, Joshua, don’t you have a school bus to catch?’

The kid smiled and pointed out that is was Saturday.

‘No school today. Akram is coming over to play. You wanna meet him?’

‘I don’t know. Am I going to heartbroken?’

‘Probably, it’s a sad chapter in our nation’s history. But you can buy us pizza later on. And thus Akram survives another day, whilst America becomes great again.’

‘You’ve got yourself a deal young man. I happen to like pizza!’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oiljst, Motown aan de Dender (1) Aalst, Motown aan de Dender

vannuffelMet de kortzichtige en overhaaste verkoop van enkele stadseigendommen (zie persbericht V.VAK van 17 maart) trekt het ‘nieuwe’ stadsbestuur van Aalst een wel heel erg oude en roestige trukendoos open teneinde de stadsschuld te delgen.

Gelukkig is er nog dat andere minder hapklaar en rijk cultuur-historisch patrimonium. Nee, ik heb het hier niet over oilsjt carnaval, maar over het echte werelderfgoed van de stad en de streek: de traditie van vaak heerlijk tegendraadse muziek.

Het is op deze traditie dat de facebookpagina Oiljst, Motown aan de Dender zal focussen. Zeker het verval is treffend.

En ja, natuurlijk zal deze facebookpagina (en de vergezellende blogberichten) gaan over Irish Coffee, over mirakelman Jo Bogaert, over de dromerige pissebedden van Isopoda. En natuurlijk is het een kwestie van weinig tijd voor  Mensen Blaffen en de oogverblindende schoonheid van Sylvie Honnay worden bezongen…

Misschien wordt het allemaal wel een beetje voorspelbaar. Denk er daarom aan hier en daar ook een herinnering te delen  over andere illustere figuren zoals Luc Jongman, Freddy Grey, De Woelers, getalenteerde randgevallen uit Lebbeke die nog beter werden door een Aalsterse inbreng, en vele vele andere, de tijd die je doorbracht in vele platenwinkels in de smalle straten van de stad…

Oude weetjes, en aanstaande muzikale geschiedenis en evenementen, het krijgt allemaal een plekje op  Motown aan de Dender.

En zo heel af en toe, wanneer we in een vrijgevige bui zijn,  zullen we een plaatje uit het archief van Discobar Bizar halen en verkopen. Niet voor de eigen portemonnee, maar om de opbrengst te schenken aan het V.VAK – Vereniging voor Aalsters Kultuurschoon.

Zodat ze onverdroten kunnen blijven ijveren voor het behoud en de herwaardering van het cultuurhistorisch erfgoed van Groot-Aalst.

Meer nog. Je hoeft zelfs niet langer te wachten om lid te worden van het V.VAK:

Hoe meer leden, hoe luider de V.VAK haar stem kan laten klinken voor het behoud van ons erfgoed. De leden krijgen gratis het tijdschrift V.VAK mededelingen in de bus. U vindt er artikelen en interessante weetjes rond Aalsters erfgoed geschreven door V.VAK bestuursleden en lokale erfgoeddeskundigen. Voor gewone leden 15€ en 25€ of meer voor steunende leden.
Te storten op BE41 7371 3202 3410 met vermelding V.VAK + jaartal.