Harry, gewoon Harry (Deel 18) (willekeurige variant op een parabel)

proper

Met nog een ganse dag verlof voor de boeg heeft Ward, de wijkagent, zich in een comfortabele donkerblauwe overall gehesen. Door een streep verf hier en daar oogt het allemaal wat sjofel, maar daar maalt hij niet om.

Terwijl hij genietend van een kop koffie slurpt, krijgt hij het wel danig op de heupen van de telefoon, die al voor de tiende keer rinkelt in de diepe zakken van de overall.

Pipo5 heeft inmiddels vier boodschappen achtergelaten. De intervallen worden steeds korter.

Negeren zal waarschijnlijk niet helpen,’ oordeelt Ward. Met een zucht en een lange verveelde ja brengt hij het toestel naar zijn oor, om het minder dan één seconde later met gestrekte arm ver voor zich uit te houden.

Pipo5 is de commissaris. Hij scheldt en schreeuwt en roept en tiert dat het een aard heeft. Wie agent kust-mijn-kloten wel denkt die hij is, enzo.

“Verlof nemen zonder te vragen, jij durft nogal! Jij durft, godverdomme!”

De commissaris is vastbesloten om het er niet bij te laten en dreigt met een blaam.

Pipo5 had eigenlijk Pipo7 moeten zijn. Maar Ward begon de commissarissen pas zo te noemen, nadat hij er in zijn eerste dienstjaar al twee had zien komen en gaan. Een slaperig stadje met veel vreemdelingen daar valt voor een commissaris op weg naar de top immers weinig eer te rapen. Nog voor ze goed en wel aan hun opdracht ten dienste van de bevolking hadden aangevat vroegen ze al een overplaatsing.

“Pffff,” Ward zucht. Hij heeft andere dingen te doen.

“Wat! Nog wat staan zuchten ook?”

“Jaja, pfffff, kan je afronden,” vraagt Ward: “Schrijf die blaam gewoon, of schrijf hem niet. Zoek het maar uit, maar val me alsjeblief niet meer lastig op mijn vrije dag. Ik val je ook niet lastig, als je de avond doorbrengt met één of andere jonge mokkel.”

Ward legt de telefoon weg en houdt de adem in. Het blijft stil. Vermoedelijk wikt de commissaris zijn opties. Iets wat Ward ook doet.

Hij stuurt een sms. Thomas, ben je op de rechtbank vandaag?

Pling. Neen, gewoon op kantoor.

Top, zin om mijn commissaris een bezoekje te brengen?

Pling. Tuurlijk, vriend. Voor jou alles. Wat is er aan de hand?

Spijkers op laag water. Hij doet het waarschijnlijk in zijn broek als ik hem laat weten dat je onderweg bent. Kan je er binnen een half uur zijn? Hij mag geen tijd krijgen om na te denken.

Pling. Tuurlijk! 

Ok. Ik laat hem weten dat je onderweg bent.

Ward drukt op de knop om Pipo5 te bellen.

“Commissaris, inspecteur Ward hier.”

“Oh, heeft meneer het licht gezien? Geloof maar niet dat ik dit incident makkelijk zal vergeten.”

“Ik geloof het commissaris. Het was er een beetje over. Zo’n dag verlof, zonder een knieval te maken voor de almachtige… Het is een zware professionele fout die niet ongestraft kan blijven… Ik besef dat maar al te goed.”

“Als je dat maar weet!”

“Vandaar dat ik me beter laat bijstaan door een raadsman.”

“Een wat, wijsneus?”

Ward laat bewust een lange stilte vallen.

“Een raadsman. Hij is nu al onderweg naar jou! Zodat deze onverkwikkelijke zaak zeker afgerond is voor je volgende promotie.”

“Klootzak! Klootzak! Klootzak!”

Ward legt de telefoon weg. Meteen begint deze opnieuw te rinkelen. Ward laat gebeuren.

Pling. Klooootzak!!!!!!

Ward kan een monkellach niet onderdrukken en antwoordt met een berichtje.

Commissaris, sorry voor het storen. Ik denk dat je vrouw per ongeluk een bericht voor jou naar mij stuurde. Iets met klootzak.

Pling. Lul!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Harry, gewoon Harry (Deel 17) (willekeurige variant op een parabel)

ziekenhuis

Meer dan vier uur lang zijn artsen en verpleegkundig personeel druk in de weer geweest met Harry. Ongewoon lang.

“Rol onze cliniclown maar buiten,” gebaart de spoedarts, terwijl hij de rug recht: “Meer kunnen we niet doen. En hou me op de hoogte van de CRP-waarden!”

Even later ligt Harry op intensive care. Omgeven door buisjes, baxters en monitors. Verpleegkundigen weten meestal wel welk vlees ze in de kuip hebben. Hun zintuigen vertellen haast feilloos welke patiënt de volgende ochtend haalt en welke zeker niet. Maar bij Harry is de uitkomst onzeker. Baxter na baxter antibiotica worden door de aders van Harry gepompt.

Het donkert al buiten. De arts gaat nog even langs bij Ward. Hij schudt het hoofd.

“Fifty-Fifty in normale omstandigheden. Maar wat heet normaal? Je kon Crêpes Suzette flamberen met zijn bloed!”

“Minder dan één op twee, dus,” vraagt Ward.

“Precies, voorlopig is het afwachten. Je kan hier niets meer doen.”

Ward keert terug naar het politiecommissariaat. Hij is blij dat het al laat is. Zo loopt hij commissaris -al-rol-je-godverdomme-een-pedofilienetwerk-op-ge-moet-geen-problemen-zoeken-als-er-geen-zijn- niet meer tegen het lijf. Behalve een voorliefde voor veel te jonge vrouwen, heeft de commissaris een ongezonde interesse het aantal boetes dat wordt uitgeschreven. Al de rest kan hem gestolen worden. Zolang er maar geen problemen zijn is het goed voor de commissaris.

In zijn verslag beschrijft Ward de gebeurtenissen van de dag. Hij liegt dat een voorbijganger zijn bezorgdheid over Harry had ge-uit en vroeg om een kijkje te nemen.

Ik vroeg aan de man om in de buurt te blijven voor een verklaring. Maar toen ik buiten kwam was deze verdwenen. De identiteit van de man is aldus onbekend.

Over Harry zelf schrijft hij nog: Harry is weduwnaar en verloor voorheen ook zijn enig kind. Voor zover ik kon nagaan zijn er geen familieleden of betrokkenen die bij hoogdringendheid op de hoogte moeten worden gebracht.

Op het buro van de commissaris laat Ward zijn verlofkaart achter.  Op de verlofkaart hangt hij een post-it.

Commissaris, ik wou geen problemen maken waar er geen zijn. En heb zelf  mijn een vrije dag voor morgen ingevuld. Met vriendelijke groet, Ward.

Zijn fiets bleef achter bij Harry en aldus wandelt Ward die avond naar huis. Het is een fikse wandeling die hem deugd doet. Het is een lange dag geweest.

terug naar deel 16

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Genieten van de Classics 1000 (tot vrijdag toch)

radio 1 Classics 1000

Bekijk hier de lijst. Ik zat er toch een paar keer naast.

We weten inmiddels hoe het gaat. Zaterdag al moeten we een week muzikale hemel bekopen met de een soortement van decibel-hel. Als vanouds zal de top 100 saai en bijzonder voorspelbaar zijn. Er enkel op gericht om de verkoop van de cd het allerbeste uit de classics 1000 kracht bij te zetten, onder het mom van democratie en betrokkenheid.

En je hoort me zeker niet zeggen dat die top 100 boordevol slechte muziek zit. Verre van. Maar de hemeltergende voorspelbaarheid maakt me gewoon hoorndol. Natuurlijk eindigt Stairway Heaven ook dit jaar op 1. Heroes zakt, onterecht, naar plaats 6 of 7, wegens dat de  veelzijdige schepper ervan inmiddels alweer even dood is. Bruce Springsteen duikt met sjofel ruitjeshemd terug in de top 5.

Maar zie, ik zoek nu spijkers op laag water. En ik ga hier schaamteloos en lomp voorbij aan het feest dat de classics 1000 tot vrijdag zal zijn. Een ronduit zalige eclectische notenorgie. Prachtig verpakte radio die haast ongrijpbaar alle mogelijke richtingen uitgaat. Radio die verbaast, verrast en tot reflectie beweegt.

Hoe belandt iemand als Melanie De Biasio in godsnaam op 809 in de ‘Classics’ 1000?

Rug aan rug met het onvolprezen Beep Beep Love nog wel. Is 2018 het jaar waarin we het dan eindelijk eens raken over het feit dat Gruppo Sportivo zo veel meer was dan enkel hofleverancier van oranje niemendalletjes?

Grandmaster Flash And The Furious Five komen langs.  Ze zakken van 746 naar 801, terwijl ze altijd minstens op 46 moeten eindigen. En het mag me dan wel triestig maken dat Elliott Smith ietwat beduusd staat te  wezen op 998. Maar misschien is dat wel de stek die bij hem past. Al dacht ik dat vorig jaar ook toen hij op 666 stond. Treffend, dacht ik toen.

Wat er ook van is: hij is er nog net bij en de klim naar de top kan beginnen, want ook Between The Bars moet altijd in de top 100 staan.

Om maar te zeggen, de Classics 1000 is tot vrijdag een feest. Echt wel.

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 16) (willekeurige variant op een parabel)

 

ambulance

Harry verblijft uiteindelijk drie weken in de kelder. Het hadden er twee kunnen zijn, maar net op het moment dat lege kasten en frigo’s hem onherroepelijk naar buiten zouden drijven, vindt hij nog ergens een zak linzen. Af en toe klimt Harry uit de kelder, om een portie linzen te koken en deze te verorberen met ketchup. Lekker is het niet, maar het houdt hem op de been en binnen.

En hoewel hij er vanuit gaat dat de zak linzen hem nog minstens twee weken in de kelder kan houden, lukt het hem na drie weken niet meer om de trap op te klauteren. Zijn voet staat gezwollen en trekt paars tot onder de knie. De alcohol verdooft, maar niet lang genoeg en lang niet genoeg. Elke beweging die hij maakt gaat gepaard met pijnscheuten tot recht in het hart.

Stil zitten is zowat het enige dat een beetje helpt. En dat doet hij dan ook. Hij zit stil, dicht genoeg bij de drank. Af en toe gaat hij liggen op de koude vloer. Tot het Harry gewoon niet meer lukt om recht te veren.  Koortsige en angstige dromen schudden hem met regelmaat van de klok wakker. Langzaam gaat het licht uit.

En dit verhaal had hier nu al ruw en triestig afgelopen kunnen zijn. Maar dat is naast Ward, de goedlachse wijkagent, gerekend. Hoewel nog frisjes voor de tijd van het jaar rijdt hij rond op de fiets in een blauw hemd met korte mouwen. Onder zijn wat groot ogende politiepet blijft het voorval met Harry door zijn hoofd spoken. Vandaag wordt het hem teveel en hij stuurt zijn fiets richting het huis van Harry.

Daar aangekomen oogt alles lieflijk en vredig. Maar het zint Ward niet. Het voelt niet goed. Hij wandelt in de tuin rond het huis en neemt alles in zich op. Het slagveld dat Ward in de keuken aantreft zint hem nog minder, en hij aarzelt geen seconde om met een steen het raam stuk te gooien en zich langs de achterdeur een weg naar binnen te banen.

“Harry! Harry! Harry?”

Harry geeft geen respons. De stank die Ward tegemoetkomt is misselijkmakend, en wordt sterker in de buurt van de kelder. De deur staat op een kier, en Ward geeft er een duw tegen. Beneden in de kelder ziet hij Harry liggen. Gekromd als een vraagteken, meer dood dan levend.

“Harry?”

Harry reageert niet en Ward belt de hulpdiensten: “Inspecteur Ward Ghijselinck hier. Zet er alsjeblief spoed achter!”

De stank van rottend vlaas en schrale wijnresten is niet te harden en doet Ward kokhalzen. Hij probeert het van zich af te schudden en baant zich een weg naar beneden.

In de verte komen sirenes dichterbij.

“Harry, hulp is onderweg. Ik blijf bij je.”

klik hier voor deel 17

terug naar deel 15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 15) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

In het holst van de nacht klautert Harry de trap op. Hij heeft honger als een paard.

We kunnen wat volgt op verschillende manieren beschrijven. In uren. In promille. Harry is zo zat als een patat en heeft zich vast te houden aan de trapleuning. Hij weet dat hij achterover valt als hij loslaat. In liedjes. Honderd drieëntachtig liedjes wurmen zich een weg in het gehoor. Sommige zetten hem aan tot dansen. Andere zingt hij luidkeels mee. Naar nog andere luistert hij stil en weemoedig.

Misschien opteren we hier best voor een  beschrijving in euro’s. Hoewel. Alleen al de flessen Montrachet Grand Cru die Harry in zijn botten sloeg vertegenwoordigden een fortuin van verschillende duizenden euro’s. Zo ook verschillende flessen Roumier Musigny Grand Cru. Waardoor we ook bij deze wijze van beschrijven in benaderingen blijven steken.

Zo af en toe komt Harry naar boven. Eerst om de frigo leeg te roven. Nadien de diepvries. Nog later de eetwaren in blik en brik uit een kast in de berging. Dan gaat het telkens weer richting kelder, om er opnieuw een fortuin te zuipen. Hij schaamt zich daarover, en kriebelt op de kalender in de keuken: goedkope wijn kopen.

Later zal hij die zin proberen ontcijferen en begot niet meer weten wat daar staat en waar het kattengeschrift op slaat.

Eens ook de berging leeg getroost hij zich zelfs niet meer de moeite om naar boven te komen. En als de Ipod voor Old Red Eyes Is Back kiest drukt Harry op repeat en zingt hij uit volle borst mee. Urenlang. Hij beseft dat het zielig oogt, maar er is geen weg terug.

Ergens in zijn achterhoofd zeurt het. Zich bezuipen, zich haast letterlijk verzuipen in de kelder, het is geen afscheid dat bij hem past. Hij had zich zijn einde anders voorgesteld. Niet per se vrolijker, maar iets dat meer past bij de man die hij was. Hoe hij echter probeert, geen enkel vooruitzicht, geen enkele gedachte geven hem kracht om zich een weg uit de ellende te banen. Daarboven wacht hem niks.  Niks om naar uit te zien. Harry opent nog een fles. Vosne Romanée Premier Cru en zet ze gulzig aan zijn lippen, als een fles water na een lange fietstocht.

ga door naar deel 16

terug naar deel 14

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harry, gewoon Harry (Deel 14) (willekeurige variant op een parabel)

kelder

Ward krijgt de keycard van de auto in zijn handen geduwd. Hij zal het schots en scheef achtergelaten vehikel later op de dag terugbrengen, en de keycard in de brievenbus droppen.

‘Nu doet hij het weer,’ denkt Harry, wanneer de wijkagent hem een knuffel geeft. Op een vreemde manier voelt het best goed aan. Ze spreken nog af dat Harry hem zal bellen wanneer hij klaar is om zich te herpakken.

“Gewoon bellen. Ward to the rescue!” Ward trekt zijn buik in en zet een hoge borst op wanneer hij dat lachend zegt.

Wankele en manke pasjes brengen Harry terug naar de keuken. En dan naar het medicijnkastje voor een pijnstiller of twee, drie.  Wankel wordt vast. En tegen de tijd dat Harry uit de douche stapt voelt hij zich herboren. Wat dan ook weer geen leven is in zijn toestand.

Harry laat per sms weten dat “door onvoorziene omstandigheden” de poetsvrouw de komende weken niet hoeft langs te komen, maar dat het geld wel op haar rekening overgeschreven zal worden. “Ik laat nog iets weten voor volgende maand. Groetjes, Harry.”

Harry drukt op de shuffle-toets van de zijn I-pod. The Pogues nemen alle twijfel weg: vandaag is heus niet de dag waarop het beter zal gaan.

Harry hoort de keycard van de auto in de brievenbus vallen. Hij stuurt een berichtje naar het nummer dat Ward daarnet achterliet. “Ontzettend bedankt!”

Nu alle plichtplegingen en risico’s van de baan zijn Harry trekt naar de kelder met een klapstoel, kussentje en enkele glazen onder de arm en in de handen. Hij verwacht er wel een tijdje te verblijven.

door naar deel 15

terug naar deel 13