Harry, gewoon Harry (Deel 17) (willekeurige variant op een parabel)

ziekenhuis

Meer dan vier uur lang zijn artsen en verpleegkundig personeel druk in de weer geweest met Harry. Ongewoon lang.

“Rol onze cliniclown maar buiten,” gebaart de spoedarts, terwijl hij de rug recht: “Meer kunnen we niet doen. En hou me op de hoogte van de CRP-waarden!”

Even later ligt Harry op intensive care. Omgeven door buisjes, baxters en monitors. Verpleegkundigen weten meestal wel welk vlees ze in de kuip hebben. Hun zintuigen vertellen haast feilloos welke patiënt de volgende ochtend haalt en welke zeker niet. Maar bij Harry is de uitkomst onzeker. Baxter na baxter antibiotica worden door de aders van Harry gepompt.

Het donkert al buiten. De arts gaat nog even langs bij Ward. Hij schudt het hoofd.

“Fifty-Fifty in normale omstandigheden. Maar wat heet normaal? Je kon Crêpes Suzette flamberen met zijn bloed!”

“Minder dan één op twee, dus,” vraagt Ward.

“Precies, voorlopig is het afwachten. Je kan hier niets meer doen.”

Ward keert terug naar het politiecommissariaat. Hij is blij dat het al laat is. Zo loopt hij commissaris -al-rol-je-godverdomme-een-pedofilienetwerk-op-ge-moet-geen-problemen-zoeken-als-er-geen-zijn- niet meer tegen het lijf. Behalve een voorliefde voor veel te jonge vrouwen, heeft de commissaris een ongezonde interesse het aantal boetes dat wordt uitgeschreven. Al de rest kan hem gestolen worden. Zolang er maar geen problemen zijn is het goed voor de commissaris.

In zijn verslag beschrijft Ward de gebeurtenissen van de dag. Hij liegt dat een voorbijganger zijn bezorgdheid over Harry had ge-uit en vroeg om een kijkje te nemen.

Ik vroeg aan de man om in de buurt te blijven voor een verklaring. Maar toen ik buiten kwam was deze verdwenen. De identiteit van de man is aldus onbekend.

Over Harry zelf schrijft hij nog: Harry is weduwnaar en verloor voorheen ook zijn enig kind. Voor zover ik kon nagaan zijn er geen familieleden of betrokkenen die bij hoogdringendheid op de hoogte moeten worden gebracht.

Op het buro van de commissaris laat Ward zijn verlofkaart achter.  Op de verlofkaart hangt hij een post-it.

Commissaris, ik wou geen problemen maken waar er geen zijn. En heb zelf  mijn een vrije dag voor morgen ingevuld. Met vriendelijke groet, Ward.

Zijn fiets bleef achter bij Harry en aldus wandelt Ward die avond naar huis. Het is een fikse wandeling die hem deugd doet. Het is een lange dag geweest.

terug naar deel 16

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

3 thoughts on “Harry, gewoon Harry (Deel 17) (willekeurige variant op een parabel)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s