Bye bye zwaai zwaai (kortverhaal: deel 6 van 6)

Bee, Sting, Honingbij, Vleugels, Honing

Het is een wijdverspreid misverstand dat herfst het seizoen is voor het binnenhalen van de oogst en dat het land tot dan gewoon wat kleurrijk staat te wezen. Al vroeger op het jaar is het land vrijgevig, voor wie het koesterde en met zorg heeft bewerkt. Ook al ligt dat land ergens 17 hoog op een klein terras.

Het zette Wilfred aan het denken. Hij dacht aan de kalender van de natuurvereniging, die een betrouwbare gids voor de nieuwbakken stadsboer bleek te zijn.

‘Misschien,’ zo stelde hij voor: ‘misschien kunnen we de Koningin Van Onderland en haar gemaal eens vragen om iets te komen eten. Hij bedoelde de ouders van Myriam. Ze waren die zo gaan noemen in de loop der jaren.

”t Is dankzij hun kalender dat ik er weer bovenop kwam.’

Myriam zag dat niet echt zitten, één keer per jaar was, wat  haar betrof, meer dan genoeg: ‘Ze hebben je nooit aanvaard, en staken ons voortdurend stokken in de wielen.’

Wilfried knikte instemmend: ‘Ja, maar we hadden ze  heus niet nodig om van ons twee een puinhoop te maken. Dat kregen we helemaal zelf voor mekaar, zonder hun hulp.’

‘Ik zie het al,’ zei Myriam dan: ‘je wil voet bij stuk houden. Wel, ik hou je niet tegen. Maar kom achteraf niet klagen.’

Enkele weken later stonden ze daar. Ze hadden plaats moeten zoeken in hun drukke agenda. Met de daver op het lijf stonden ze daar, want het was altijd met de daver dat ze daar stonden: zo’n buurt.

‘Hoe houden jullie het hier vol in dat koterhol?’ zei de Koningin, de neusvleugels optrekkend met een overschot aan minachting. Haar gemaal deed in haar zog, en hoofdschuddend, precies hetzelfde.

‘Goed begonnen is half gewonnen,’ troostte Wilfred zichzelf, vastbesloten om zich niet uit zijn lood te laten slaan.

‘We hebben alles zelf gekweekt op het terras, met de hulp van jullie zaaikalender,’ zei Wilfred trots, wanneer hij de schaal met een kleurrijke variatie tomaten aan de tafel bracht. De Koningin Van Onderland trok alweer de neus op.

Het werd een lange avond, hoe vriendelijk Wilfred ook probeerde te zijn. De radijzen smaakten naar aarde, de wortels waren schots en scheef, de tomaten hadden vreemde bruine vlekjes, de wijn had iets krachtiger gemogen, een andere druif ware beter geweest… Het hield niet op. Myriam zag hoe Wilfred, steeds meer voorovergebogen, pogingen bleef ondernemen om vriendelijk te blijven. Maar het bracht geen zoden aan de dijk.

‘Man, die basilicum is veel te straf!’ De Koningin Van Onderland spuwde het halfgekauwde goedje in een servet.

‘Oh,’ lachte Wilfred: ‘je hebt het smaakpallet ontwikkeld van het moderne supermarktvolk. Mensen weten gewoon niet meer hoe verse basilicum echt smaakt. Voor ons was het ook even wennen.’

‘Ik heb wat?’ snauwde de koningin nijdig.

Myriam zag dat het tijd was om in te grijpen.

‘We gaan onze eigen honing maken ook.’

‘Jullie gaan wat?’

‘Honing maken. Boven op het dak.’

‘En brengt dat wat op die honing, want het stuk bouwgrond in Wevergem gaat daar niet blijven liggen wachten op jullie!’

Daar zijn ze weer met dat verdomde stuk bouwgrond!

‘Nog niks,’ wuifde Myriam de vraag weg: ‘We hebben drie kasten, maar het is ons nog niet gelukt om een zwerm te lokken. Maar op een dag is het zover. Misschien is het vandaag al zover. Kom even mee kijken, kom.’

De Koningin Van Onderland en haar gemaal vertikten het om mee naar de kasten te gaan kijken, want het was zo hoog en de lift was weer kapot. En aldus trokken Myriam en Wilfred alleen naar het dak, het mokkende koppel achterlatend. ‘Tot straks!’

Ondanks het gebruik van het beste lokmiddel, was er ook vandaag geen zwerm op het dak neergestreken. ‘Oh, morgen beter,’ zei Wilfred.

‘Inderdaad, maar wat doen we met die twee beneden? Buiten bonjouren of nog even proberen?’

‘Nog even proberen, zeker,’ twijfelde Wilfred. En terwijl hij twijfelde werd hij opgeschrikt door een hevig gekraak, dat nog het meeste leek op de eerste droge en knerpende bliksemschicht vlak voor een onweer, op het einde van een loden dag. En tegelijk weerklonk de echo van een doodskreet.

Wilfred wist het zeker: ”t Is zover, het terras van den dikken heeft het begeven! Kom, naar beneden!’ Myriam en Wilfred haastten zich naar beneden. En bonkten en schopten als bezeten op de deur van den dikken. Het appartement was tot op de naad versleten, maar de deur zelf gaf zich niet gemakkelijk gewonnen.

Gelukkig kwam den dikken de deur zelf opendoen. ‘Kalm! Kalm!’

‘Dikken, ge leeft nog!’

Wilfred en Myriam duwden hem weg, liepen doorheen de living en hingen sprakeloos en krom gebogen over de balustrade van het terras. Beneden lagen één s-vormige en één y-vormige figuur, omgeven door gebroken kratten, aarde en groensel. In de verte weerklonk het aanzwellende geluid van sirenes.

In en ver buiten de stad wordt vanaf hier deze historie steeds anders verteld.

Dat Wilfred en Myriam van de woningmaatschappij nadien veel geld, wel miljoenen,  hebben gekregen. Dat alle terassen daaronder tergend traag en één voor mee in de diepte gingen, als pesterige dominostenen welhaast. Dat Wilfred schouderophalend op het terras van den dikken had gezegd: ‘Wel, wel, wel, we zullen het nu in Wevergem moeten proberen. Dat Myriam Wilfred sindsdien al zeven keer heeft laten zitten. En dat de buurvrouw, tenslotte, Marieke van 17 32 C, 93 was ze, beweerde -stellig en zwerend op het graf van haar man zaliger- alles te hebben gehoord.

Een ouder wordende man was op het terras gaan staan, zo zei ze, om  te kalmeren. In de ene hand een glas wiskey, in de andere hand een dikke sigaar. Daar was ook een wat oudere dame bij komen staan, en voetenstampend was ze beginnen wenen: “Ik kan er niet meer tegen. Ik kan er niet meer tegen. De manier waarop ze leven.’

‘Ik weet het, liefste, ik weet,’ had de man gezegd: ‘Ze kunnen fluiten naar de bouwgrond.’ Maar de dame bleef nukkig met de voeten stampen tot het terras het krakend begaf. Al kon de agent, die haar ondervroeg achteraf, dat maar moeilijk geloven. Want bij elke vraag die hij stelde bracht Marieke een hand naar haar slechte oor en antwoorde zei ze, nuja, riep ze: ‘Wat?’. En dan zei ze stellig: ‘Je moet me excuseren, ik hoor precies niet meer zo goed sinds die huiveringwekkende krak!’

Zoveel staartjes voor het trieste verlies van twee levens, maar zelf hou ik nog het meeste van deze: het potje ‘Wifriam’, waarvan ik, bij het schrijven van dit verhaal, soms een lepeltje door mijn thee draai, is -eerlijk, echt waar- de beste ambachtelijke honing die ik ooit heb gegeten.

Advertisements

One thought on “Bye bye zwaai zwaai (kortverhaal: deel 6 van 6)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s