Bye bye zwaai zwaai (kortverhaal: deel 1 van 6)

Raindrops, Sunset, Window, Depression

1) Wilfred Depauw kon er precies weer tegen. Makkelijk was het allemaal niet geweest, maar hij kon er weer tegen. Pikkedonker was het soms geweest, maar de laatste tijd  kwam de zon zo af en toe eens schuchter piepen doorheen het grijze wolkendek rond zijn hoofd. En dat vond hij wel goed zo.

Het was al lang genoeg donker geweest in die zwaar beladen kop van hem. De rivier die de stad dwars doormidden sneed, lonkte niet langer uitnodigend en verlossend.

Het was hem opgevallen dat de sombere gedachten onder het zachte voorjaarslicht waren bezweken en dat hij terug op de brug kon gaan staan om te genieten van de bootjes, de eendjes, de reiger die er ook altijd zat en de vissen voortdurend in het vizier had. Eindelijk waren ze weg de dagen waarop hij bang was geweest om op de brug te gaan staan, omdat het meanderende water uitnodigend lonkte. Alsof duistere nimfen gebaarden: ‘Kom maar hier! Kom maar in het water! Kom bij ons als je wil vergeten.’

Vergeten was iets waar hij de lokroep van het water niet meer voor nodig had. Naar hartenlust kon hij de ramen en deuren opengooien, om een frisse bries doorheen de duffe kamers in zijn hoofd laten trekken. Gedaan met het hamsteren van ellende.  Er waren zoveel dingen waaraan hij de laatste tijd helemaal niet meer dacht. De vrouw die hem zo graag niet meer zag. Het danig  teleurstellende leven dat hij had gehad. De twaalf stielen en dertien ongelukken. De malchance die hem zo eigen was. Het waren dingen waar hij de laatste tijd nog maar zelden aan dacht.

Het begon hem te dagen dat het deze wereld was die hem zo niet lag. En natuurlijk was het spijtig dat hij er zomaar eventjes veertig jaar had over gedaan om eindelijk tot dat rustgevende inzicht te komen.

Zie je, het zat zo.

Zoetjesaan halverwege  zijn leven kon hij het tij toch niet meer keren, zoveel was zeker. Maar statistisch viel het heel eenvoudig af te lezen dat hij mediaan en gewoon gemiddeld zijn deel van de bittere koek al ruimschoots voorgeschoteld gekregen had. En aldus, voortbordurend op de principes van de logica, kon de resterende helft van zijn leven alleen maar beter zijn.

Eindelijk lagen de kaarten zo dat het leven hem niets meer had te leren. Het was soms bijzonder nipt geweest, zoals die keer dat hij moedwillig, in de hoop verlossing te vinden, ladderzat en met een overdosis pillen languit in een warm bad had gelegen. Om uren later, nog niet eens half dood, bibberend en klappertandend vast te stellen dat het bad tijdens de roes was leeggelopen. Dat was het soort van man die hij was. Niks maakte hij klaar. Niks maakte hij waar. Niks maakte hij af.

Maar inmiddels was de strijd gestreden. De rollen voor eens en voor altijd omgekeerd. Gezien hij hier tegen alle verwachtingen toch nog was, had deze wereld nu met hem te leren leven. Er was tenslotte niet zo gek veel over dat hem nog kon deren.

De ziekelijke God, die bulder lachend en al te kwistig aan de knopjes met ellende zat, had in te zien dat deze jongen gewoon niet klein te krijgen was.

(druk hier voor deel 2)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s